Home   Email  

 

Vissen op...
Snoekbaars
Snoek
Zeelt
Karper
Brasem
Baars
Barbeel
Paling/Aal
Roofblei
Meerval
Vijverforel
Droomvissen

 

 

Vissen op Karper
Dobber/Penvissen 
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting  

Algemeen Materiaal 1 Materiaal 2 Dobbervissen Afstandvissen
Voeren  Tips RigsBoilies/partikels Artikels Knopen

Eigenlijk zou iedere karpervisser met deze manier van vissen moeten beginnen. Het is veruit de leukste manier en je leert  veel over hoe karpers zich gedragen.
Hoewel reuzen niet uitgesloten zijn is het gros van de vangst meestal iets kleinere karper maar de kans om er een te vangen is dan ook veel groter. Dobbervissen is trouwens geen statische manier van vissen, we verplaatsen ons indien nodig dan ook geregeld van de ene naar de andere goed uitziende stek. Hou daar trouwens bij u materiaalkeuze rekening mee.  
Visplaats/Stek
Het leuke aan vissen met een dobber op karper is dat je meestal op plaatsen vist waar een statische visser zelden of nooit kan vissen. Zoals tussen en onder overhangende bomen, tegen riet en waterplanten, vlakbij of langs pijlers, bruggen en andere onnatuurlijke constructies. Bijna altijd is dit in ondiep water van 1 tot 2 meter. Vaak ook op plaatsen waar ik overdag  karpers zag zonnen of op plaatsen waar ik karpers opmerkte door springen of andere bewegingen.  Die bevis ik dan in de morgen en avond.  Afhankelijk van winter of zomer heb ik nog enkele voorkeuren.
In de zomer. 
's morgens tot en met de middag zoek ik altijd een plaats op de oever waar de zon het eerst op schijnt, en waar het water  verwarmd word door de eerste zonnestralen.  (de karper komt hier in het opwarmende water vaak zijn eerste voedsel van die dag zoeken) Dat kan echter ook een ondiepe plaats zijn in een groter meer. Op de middag tot 18 uur prefereer ik iets dieper water, en dit het liefst in de buurt van wat schaduw.  Vaak vis ik dan juist op de grens van zon en schaduw, zoals in de buurt van een brug of ponton. Na 18 uur terug naar een andere plaats.  Dan zoek ik een plaats waar de zon de ganse dag op stond, en/of waar de wind naar toe blaast.  (Hier komt de karper 's avonds vaak massaal  zoeken naar het voedsel dat door wind en water samengedreven is)
In de winter.
Alle plaatsen waar het water enkele graden warmer is.

Karper is niet echt een schuwe vis, maar wel erg attent. Hou u dan ook aan volgende regels als je echt karper wil vangen.
  • Vermijd lawaai. Geen radio of geschreeuw.
  • Loop niet rond in de omgeving van de stek. Gestamp als van een kudde olifanten verjaagt gegarandeerd iedere karper in de buurt. Vermijd ook zelf om heen en weer te lopen om een stek te verkennen. Doe dit van op een afstand en sluip er als het ware naartoe. Ikzelf let er zelfs op dat ik mijn voeten gelijkmatig neerzet.
  • Is er oeverbegroeiing hou daar dan rekening mee, maar verwijder ze niet. Of doe niet zoals ik reeds zo vaak zag, eerst alles netjes plat slaan en dan de hengel mooi instaleren.
  • Vis ik kort op de kant, dan plaats ik nooit hengelsteunen. Alleen als ik op de tegenovergestelde oever vis of op grotere afstand doe ik dit wel.  Moet je er toch plaatsen, doe het dan met een kalme drukkende beweging en hamer ze niet figuurlijk  in de grond. 
  • Draag geen opvallende kleurrijke kledij en hou u profiel zo laag mogelijk.
    Een karper merk in ondiep water veel van wat zich op de oever afspeelt  Als je gewoon rechtop staat steek je schril af tegen de horizon.  Kijklustige die een praatje komen slaan zijn bij mij dan ook niet echt welkom. 
  • Heb je een vis aan de haak, ga dan zelf niet euforisch heen en weer dansen, maar tracht je na de eerste run (als dat kan) wat te verplaatsen en dril en land de karper iets verderop. Karpers komen vaak in kleine groepjes op de stek en je wil er daarvan toch meer dan eentje vangen !
Het materiaal
Hengel/Molen/Draad
In het hoofdstuk "Materiaal 1" hebben we reeds alles gezien over hengels, molens draad, enz.
We kiezen dus voor een parabolische hengel met een lengte van ruim 3 meter. De molen is niet het kleinste model, maar er net iets boven. Met een vrij goede slip aan de bovenkant. Zelf heb ik hiervoor een Shimano Fa2500.
Deze is gevuld met nylon , zo rond de 18-22/00 of 7kg trekkracht. Hiermee kunnen we reeds een behoorlijke karper aan. Afhankelijk of er in het beoogde viswater meer of minder obstakels zijn zoals wierbedden of takken kan je voor een zwaardere of lichtere lijn en hengel kiezen.
Meestal verkies ik een nylon lijn voor het penvissen omdat je bij deze manier vissen meestal op korte afstanden vist en zo over weinig uitstaande lijn beschikt. De rek in de lijn helpt dan ook samen met de parabolische hengel om korte schokken tijdens de dril beter op te vangen.
Dobber/Haak
Afhankelijk van de diepte kies je voor een vaste pen of een schuifpen met stuitje.
vis ik op de kant in ondiep water dan neem ik een vaste pen. Is het dieper dan 2.5 meter of is het bodemverloop te onregelmatig dan neem ik een schuifpen met stuitje. Ook als  ik verder uit de kant, of tegen de overliggende oever neem ik een schuifpen met stuitje, zelfs als het water daar vrij ondiep is. Dit omdat de wind dan minder vat heeft op de lijn.
het draagvermogen neem ik zo licht als de omstandigheden toelaten. Hiermee bedoel ik dat je hem duidelijk moet kunnen zien, en hij zwaar genoeg is om ondanks stroming en wind het aas op zijn plaats te houden.  Als je verder uit de kant vist, of bv tegen de tegenovergestelde oever dan moet hij zo zwaar zijn dat je er gemakkelijk mee de afstand kunt overbruggen.
De haak is afhankelijk van het aas, en  zo groot dat je het aas gemakkelijk kunt aanbrengen,  en slechts zo groot dat hij in het  aas verdwijnt. De vorm is relatief maar voor bijvoorbeeld wormen is een langstelige gemakkelijker en voor maïs een met iets ruimere bocht.
Ander materiaal.
Beperk je materiaal zo veel mogelijk, je moet je indien nodig geregeld kunnen verplaatsen.
Buiten één of uitzonderlijk twee opgetuigde hengels neem ik alleen een schepnet en wat klein materiaal mee. En dat is een fototoestel aan mijn riem, een doosje lood, peillood, een heupzakje met aas en lokaas, een onthaker en een schaartje aan een oprolspeld, wat extra haken en een rolletje fijnere onderlijn als ik die gebruik.
De rest van mijn materiaal staat gegroepeerd een eind verderop. De stekken liggen immers nooit erg ver uit elkaar, en het is ook niet de bedoeling dat we er een marathon van maken.
Lokaas
Bij het dobbervissen geen kilos boilies, wat niet wil zeggen dat ik geen lokvoer gebruik. Als ik de kans krijg dan maak ik een voerplaats aan. Een 7 tal dagen voor ik ga vissen  strooi ik op verschillende beloftevol uitziende plaatsen wat aas.  Gewoonlijk is dit 1 of 2  blikje maïs of enkele gekookte aardappelen in blokjes verdeelt over de deze plaatsen. Dit kunnen nog veel andere dingen zijn, al beperk ik me meestal bij deze twee uit gemakzucht.
Kan ik niet vooraf wat voeren, dan doe ik het de dag zelf. Ik kies een vijftal beloftevolle plaatsen uit over een afstand van niet meer dan 250 meter en strooi hier wat lokaas uit. Niet veel, meestal slechts een kleine handpalm verspreid over circa 2 m².  Bijvoeren doe ik dan regelmatig tijdens het vissen, steeds zeer beperkt en strak rond de dobber.
Gebruik wel steeds lokaas gelijk aan het aas, of dat uit dezelfde ingrediënten bestaat als het aas waarmee je van plan bent te vissen.
Aas
Alle normale karper aassoorten zijn zowat geschikt. Gezoete maïs is zowat mijn favoriet. Verder wormen, aardappel, brood, deeg, vers de vase, boilies partikels en maden. Die volgorde is trouwens mijn eigen voorkeur.
Maar er zijn nog andere, wat ongebruikelijker aassoorten, zoals lunchworst, kattenvoer  enzovoort, maar eerlijk gezegd heb ik daar indertijd weinig succes mee gehad en gebruik in ze nu bijna nooit meer. 
Techniek/Montages 
 Uitloden
We loden de pen steeds zo uit dat ze ongeveer 0.5 tot 1cm boven het wateroppervlak staat wanneer het aas aan de haak is.
Je kan de diepte uitloden door gebruik te maken van een pijlloodje, maar als je vooraf voerde is dit af te raden. Zelf lood ik liever uit door de pen zo uit te loden dat het topje gelijk staat met de waterspiegel. Als ik de pen nu wat hoger plaats dan komt het onderste loodje op de grond te liggen en stijgt de pen een cm uit het water. Met deze manier van uitloden worden weglopers zowel als opstekers perfect geregistreerd.
 Montage met Verklikkerlood op de bodem of half liggend.
Deze montages kunnen zowel met een vaste dobber of een schuifpen. Voorbeeld 1/2/4  zijn ook de meest gebruikte montages bij het dobbervissen. De montage met boilie wordt minder gebruik.    

De voorbeelden spreken voor zichzelf.

 
Halfliggend/liggend
 
   
montage met boilie/montage met gewone vaste dobber

Enkele ongewone dobbermontages
 De liggende dobber
Een methode voor zeer voorzichtige vissen, zoals karper, zeelt en grote brasem die bij hun zoektochtnaar voedsel vaak dicht onder de kant in ondiep water komen. Een normaal in het water staande dobber maakt hen meteen wantrouwig. De plat liggende dobber komt als een op het water drijvend takje over. Het aas wordt alleen met één tot maximum 3 loodhagels op de bodem gefixeerd. De afstand tussen lood en haak is 20cm tot zelfs 1 meter. Als extra voorzorg kan in het laatste geval de lijn wat extra verzwaard worden om deze tegen de bodem te houden met enkele zeer kleine loodjes.  Om nog minder argwaan te wekken kan afgezien worden van een onderlijn  en kan de haak direct aan de hoofdlijn bevestigt worden. Zelf gebruik ik voor deze methode die ik vaak toepas, als vervanging van de gebruikelijke dobber, een klein drijvend bolvormig kurkje (1cm)  die als beetverklikker dienst doet. Vis bij deze methode schuin langs de oever, waarbij ook de hengeltop zo weinig mogelijk boven het water mag komen als deze in de steun ligt.

          
Liggende dobber                                                                 verankerd aas

 Verankerd aas
Voor plantenrijk water, bij veel wind en op grote afstand, of onderstroming.  Lichte karperhengel 3.6 tot 3.9 m. Werpgewicht 20 tot 60 gr (afhankelijk van de werpafstand)
Bij deze ongewone combinatie dient het lood als anker om het aas op zijn plaats te houden, en de dobber als beetverklikker. Zodra een vis het aas pakt, trekt hij de lijn door het oog van het wartellood en gaat de dobber onder. Belangrijk hierbij is het juist afstellen van de dobber op diepte. Een methode om te gebruiken als zelfs de zwaarste " driftbeater " niet op zijn plaats blijft.

 Drijvend aas
Wanneer vissen ver van of op de tegenoverliggende oever aan het oppervlak zwemmen kan men ze met deze combinatie bereiken. De dobber, controller genaamd, is een speciale dobber waarbij de lijn door de bovenkant loopt en die als richtpunt en werpgewicht dienst doet. Dus niet als eigenlijke dobber. De lengte van de onderlijn achter de controller aan kan, afhankelijk van de omstandigheden 0.5 tot 3 meter bedragen. Is de haak direct aan de hoofdlijn geknoopt, dan wordt de afstand tussen aas en controller met een stuitje bepaald. In het geval u met een onderlijn vist bepaald deze de afstand. Gebruik in dit geval een lus in lus verbinding en een drijvend kraaltje. De lijn zelf moet drijvend gemaakt worden, maar de laatste 20cm van de onderlijn bij de haak moet integendeel goed ontvet zijn zodat deze net onder het oppervlak zinkt en niet in de oppervlaktefilm zichtbaar is. De hengel kan bij deze methode het best in de hand worden gehouden om direct te kunnen reageren als het aas van het oppervlak gezogen wordt. Als de karpers zeer voorzichtig zijn kunt u het aas aan een rig monteren. In dit geval geniet ander aas dan een broodkorst de voorkeur. Brengt u een stuitje kort achter de controller aan dan krijgt u een drijvende bolt rig. Deze Methode werkt ook met een droge vlieg, natte vlieg of nimf op forellen.

  
drijvend aas

 Broodkorst montage1
Een andere montage voor drijvend aas zoals een korst, is deze waarbij men een glijdend schuiflood monteert en het aas daarna naar het oppervlak laat stijgen. Dit kan door eigen drijfkracht van het aas, zoals een flinke broodkorst, of door gebruik te maken van wat extra opwaartse druk. In de handel zijn hiervoor allerlei pop-up te verkrijgen. Meestal vis je dan op het zicht, waarbij je de azende karper het aas ziet nemen.
 Broodkorst montage 2
Zie je karper werkelijk aan het oppervlak azen op een korte afstand, dan kan je gewoon met een haak aan de lijn en zonder enige andere lood de karpers belagen.
Aan de haak wordt een stukje broodkorst gemonteerd die we vervolgens even natmaken om zo wat werpgewicht te creëren.  Meer dan 4-5 meter kan je met deze combinatie niet werpen. Maar als de karper dichtbij zit is dat niet nodig. Vaak kan je gebruik maken van wind en stroming om de broodkorst iets verderop te krijgen.
Wil je toch iets verder vissen dan kan je alsnog gebruik maken van een kleine verzwaarde dobber, waardoor de werpafstand aanzienlijk verlengt. Met een dobber heb je ook nog de mogelijkheid om de korst met een klein loodje te verzwaren waardoor hij net iets onder het oppervlak zweeft en vaak wordt deze korst iets vlugger genomen dan een aan het oppervlak drijvende. 
Tip: Het vooraf inwerpen van enkele korstjes op het water neemt het wantrouwen van de karpers weg.
 
ZIE OOK "LIJNMONTAGES KARPER "  

Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.