









|
|
Vissen op
Snoekbaars
Algemeen
Klik op de afbeelding voor
een vergroting
|
 
|
Snoekbaars / Stizostedion lucioperca
/ glasoog
|

18.7 kg - 116cm - Australië - Danube rivier -
1990 - F. Kraus |
|
Leefgebied / gedrag |
Tegenwoordig is de snoekbaars de populairste en meest beviste roofvis .
Vroeger was snoekbaars een zeldzame verschijning maar nu is hij in bijna
alle waters te vinden , dit ten nadele van het snoekbestand . Voor de
vangst van je eerste snoekbaars heb je niet veel nodig buiten wat
optimisme , en ook dat maakt hem populair .
Max
lengte / gewicht :
125 cm /15kg.
In de recordlijsten zie je echter zelden een snoekbaars van een meter,
maar ze zijn er wel . Een lengte van 80cm is reeds een zeer mooie vis ,
en bij 90cm spreken we over een vis die je niet ieder jaar vangt . In onze regio groeit
de snoekbaars vrij snel , een lengte van 40cm wordt al na 3 kaar bereikt .
Leefgebied :
Vroeger was snoekbaars een
zeldzame verschijning maar nu is hij in bijna alle waters te vinden , dit
ten nadele van het snoekbestand . Hij vermijdt over het algemeen fel begroeide plaatsen
en is eerder
een jager in open water . Meestal is hij overdag te vinden bij de bodem , op
diepere plaatsen , in troebel water , en op plaatsen
waar de bodemstructuur grillig is . Door zijn lichtgevoelige ogen mijdt hij het
daglicht en felle zon . Hij is dan ook nooit te vinden in ondiepe delen
bij felle zon . In de wintermaanden , als de zon veel van haar kracht
verloren heeft , of bij overtrokken en slecht weer , is hij dan soms wel
weer overdag in ondiepe delen te vinden .
Eetgewoontes :
Een volwassen snoekbaars
eet alle in een water voorkomende vissoorten . Heeft hij genoeg
voedselaanbod dan is hij kieskeuriger , en jaagt hij op die soorten die
zijn voorkeur wegdragen . Meestal is dit voorn tot 15 cm . Op andere
plaatsen in bv Nederland , is dit spiering . Hoewel hij meestal op kleine
vis jaagt , kan hij prooien tot 30% van zijn eigen gewicht aan . De
snoekbaars is bij voorkeur actief in de vroege ochtend en avond . Op deze
tijdstippen verlaat hij vaak de diepte en jaagt hij in de ondiepe
delen .
|
|
|
Visstekken |
|
Wat is nu een goeie snoekbaarsstek ? Heel veel vissers onderschatten juist
dit uiterst belangrijk punt . Iemand die niet in staat is een goede stek
te vinden zal zelden succesvol vissen . Zeker bij onze vriend de
snoekbaars is dit nog meer dan bij andere vissoorten het geval .
|
|
Goede snoekbaarsstekken : |
- Alle plaatsen met bodemobstakels . Hiermee bedoel ik iedere plaats
op de bodem met een of andere afwijkende structuur ; takken , zoetwater
mosselvelden , plantengroei , stenen ,of zelfs in het water geworpen
fietsen . Aangezien van dergelijke bodemobstakels aan het oppervlakte
niets te zien is , zijn we aangewezen op onze eigen ervaring of deze van
andere vissers om deze te vinden . Vanuit een boot en met gebruik van
een visvinder , zijn deze plaatsen gemakkelijker te lokaliseren ,
waarbij we trouwens de aanwezigheid van vis kunnen opmerken .
- Beter te lokaliseren zijn alle door de mens aangebrachte zichtbare
obstakels . Dit zijn ; bruggen , sluizen , steigers ,
oeververstevigingen , aanlegpalen , kademuren , enz.
- Het bodemprofiel . Dit is het moeilijkst te lokaliseren zonder
visvinder , maar hier zijn wel de stekken waar we het meest aandacht aan
besteden . Snoekbaars verblijft immers graag op de overgang van ondiep
naar diep water . Dat kan zowel de vaargeul , een zwaaikom , onderaan
een oeverversteviging , of een diepe put zijn .
|
Stekken lokaliseren
De gemakkelijkste manier en effectiefste manier is de kunst afkijken van
anderen . Waar anderen vangen kan het niet slecht zijn . Zo kun je op
enkele uurtjes langs het water , pratend met andere vissers meer te
weten komen dan met jaren ondervinding . De meeste vissers , waartoe ik
ook mezelf reken , zijn maar wat trots om u tijdens een babbel te
vertellen waar ze die snoekbaars zopas wisten te vangen , of waar ze de
afgelopen tijd goed wisten te vangen . Aan u om het te vragen . De grote
en het gewicht zijn daarbij van weinig belang , maar wel de manier waarop
er gevist is , slepend , met een dobber , hoe diep , boven op grond , met welk aas , op welke uren , dat zijn de belangrijkste
factoren .
Andere stekken zijn dan weer algemeen bekend en de hengelsportzaak in de
buurt kan u vaak reeds enkele mooie stekken aanwijzen . Vaak zijn ze ook
op de hoogte waar er op dit moment goed gevangen wordt en waarmee .Sommige stekken daarentegen zijn dan weer goed zichtbaar , of we kunnen veronderstellen
waar ze zijn . Je weet steeds waar de vaargeul zich moet bevinden , of
waar de oever plots overgaat naar de diepte . De exacte locatie is alleen
een kwestie van peilen .
Een andere manier is met de visvinder . Dit kan echter meestal alleen vanuit een boot , maar is
wel de perfecte manier om een water in kaart te brengen . Hiervoor verwijs
ik je graag naar het hoofdstuk over de "visvinder" waar dit uitgebreid aan
bod komt .
|
|
Materiaal |
Hengels :
Snoekbaarsvissen kun je op allerlei
manieren , passief en actief , met of zonder dobber
, met levend of met kunstaas . Voor al deze viswijzen is er wel een
typische hengel , wat niet wil zeggen dat je het een niet met het ander
kunt combineren . De hier opvolgende opsomming is dan ook maar een
richtlijn . Er is echter geen enkele allround hengel te vinden waarmee
men alles kan . |
|
Dobberhengel
:
ideale lengte ; rond de 3,5 meter voor vaste dobbers en rond de
2.7 meter voor schuifdobbers . Waarschijnlijk de meest gebruikte
snoekbaarshengel . Bij een dobberhengel ligt de nadruk op een zachte
actie . Je begint de ruggengraat pas te voelen als hij tot ver in het
handvat gebogen staat . Een voordeel hiervan is dat je zelden een
aasvisje bij de inworp kwijtraakt . Bij de aanslag moet de hengel
echter wel fel naar achter doorgetrokken worden om de haak goed te
zetten . Deze hengel kan men nog kiezen in een zware en lichte
uitvoering . De lichte uitvoering wordt meest gebruikt voor kleine
aasvisjes , terwijl de zwaardere uitvoering eerder gebruikt wordt voor
grote aasvissen of dood aas . Zelf gebruik ik hiervoor meestal een van
mijn matchhengel . Deze hengel zorgt wel voor veel spektakel aan de
waterkant . Zelfs een snoekbaars van amper 50 cm trekt de hengel krom
tot in het handvat en drillen moet dan ook met de meeste omzichtigheid
gebeuren . Gelukkig kom snoekbaars zelden voor in fel begroeide delen ,
en heb ik de ruimte voor de dril
Op de stoot hengel :
Hiermee bedoel ik een hengel waarmee je
het aas
continu uitgooit en weer binnensleept . De hengel moet om die reden zo
licht mogelijk zijn , met een lengte van ongeveer 2.7 m . Hij mag ook
niet te strak zijn wil je niet bij iedere worp je aasvisje of
visfladdertje verspelen . Toch moet het mogelijk zijn om iedere
oneffenheid , talud , of obstakel te voelen tijdens het binnenvissen .
Deze eigenschappen vind je in de huidige carbongeneratie . Zelf heb ik
hiervoor nog een hengel van de oude generatie , namelijk een Hardy
Benelux . Deze hengel met een lengte van 2.45 meter is speciaal gemaakt
voor het werpen met kleine vis of visfladdertje . Hij is zo soepel dat
het niet mogelijk is er bij de minste beet mee aan te slaan , hij heeft
je integendeel de kans om het miste stootje op de aasvis te zien waarna
je onmiddellijk lijn kunt geven . Een vaak uiterst succesvolle , maar
moeilijke hengel . Voor het meer gewone werk neem ik een van mijn
plughengels .
Oever
sleephengel :
Met deze hengel bedoel ik dus niet een hengel om
vanuit een boot te slepen , maar wel om er de kanten mee af te zoeken .
Zeker in onze niet te brede kanalen een ideale hengel . Meestal kun je
deze ook nog gebruiken als lichte snoekhengel . Dit soort hengel
gebruiken we alleen in combinatie met een dobber en levende of dode
aasvis . Omdat hiermee meestal onderaan , naast of boven de
oeverversteviging gevist wordt , moet je beschikken over een redelijke
lengte . van 4.5 / 5 meter .
Statisch met bodemlood
:
Voor deze manier van vissen kunnen
verschillende hengels dienst doen , en dan denk ik hierbij aan alle
lichte karperhengels .
Kunstaashengels :
Hier is veel afhankelijk van het soort kunstaas , en deze hengels zijn
dan ook volledig beschreven in het hoofdstuk
"Kunstaas" |
Molens :
Een lichte molen waarop max. 100
meter draad kan is voor alle snoekbaars voldoende . Vist u statisch , dan
is een molen met baitrunner te overwegen . Verder natuurlijk een goed
werkende slip .
De lijn :
Ook hier weer nylon of geweven lijn
. Zelf ben ik voorstander van geweven lijn omdat deze geen rek bezit en
het contact met het aas en de vis veel directer is . Toch heeft ook Nylon
zijn voordeel bij het snoekbaarzen . Het is immers beduidend minder
zichtbaar dan geweven lijn . Dit probleem kun je echter oplossen door het
gebruik van een onderlijn uit nylon of fluocarbon . De lijndikte is weer
afhankelijk van welke soort , maar een trekkracht van 4-5 kg is meestal
voldoende . Verwacht je slechts vissen tot 3/4 kg dan mag het zelfs minder
. Hoe dunner hoe meer kans , al is de kans dan ook reëel dat je problemen
krijgt als er onverhoopt toch een kanjer aanbijt . Over de kleur van de
lijn heeft iedereen zowat zijn mening ,mijn mening is dat de lijn liefst
zo weinig mogelijk moet opvallen . Fluokleuren zijn dan ook niet aan mij
besteed , ook al zie je de lijn beter bij het binnenvissen . Dat doet de
vis immers ook . |
|
Diversen |
Landingsnet :
Vissen vanaf de kant , en zeker
in kanalen met een vrij hoge oever , is een landingsnet met een lange
steel een noodzaak . Daarbij moet het net zelf ruim genoeg zijn voor een
flinke snoekbaars . Wat al vlug op een breedte van 70cm komt . Vanuit een
boot is een lange steel natuurlijk overbodig , en zelfs ongemakkelijk .
Hier kun je trouwens perfect met de hand landen als je dit wilt .
Schoudertas :
Door het actief vissen verplaatsen wij ons geregeld . Hierin
kunnen dan ook alle extra spullen . Zowel hengelspullen als regenkledij en
dergelijke . Laad de tas echter niet te zwaar , je moet ze immers de
gehele tijd dragen . Vis je statisch of vanuit een boot dan is dit geen
belemmering , en mag het al iets meer zijn .
Visakertje :
Vis je met levend aas , dan is
een klein keteltje met uitneembare geperforeerde binnenkant het praktisch
. De uitneembare geperforeerde binnenbox heeft je de kans regelmatig het
water te verversen , of je kan deze langs de oever in het water plaatsen .
Maak het dan wel aan de oever vast .
Klein materiaal :
Dobbers , haken , onthaak materiaal , lood , onderlijnen , wartels ,
stuitjes en andere klein materiaal dat in bepaalde gevallen gemakkelijk
kan zijn . . |
|
Snoekbaarsregels |
- Snoekbaarzen hebben een voorliefde voor troebel ,
voedselrijke wateren .
- Gedurende de zomer azen snoekbaarzen het meest 's
avonds en 's nachts.
- In de koude jaargetijden is de middag vaak beter .
- Snoekbaars is op kanalen en rivieren makkelijker
te lokaliseren en te vangen dan op grote meren en vijvers .
- Ze zijn liefhebbers van afwisselend weer met
wisselend licht .
- In de winter vind je ze op de diepste plaatsen .
- In de zomer vind je ze vaak op juist heel ondiep
water .
- Met grotere aassoorten vang je grotere , maar ook
minder snoekbaars.
- Kleinere , maar meer snoekbaars vang je met klein
kunstaas .
- Ze zitten meestal in scholen , dus vang je er een
, dan volgen er vaak meerdere op dezelfde plaats
- Langzaam vissen met variaties vangt meestal beter
dan vlug .
- Actief vissen levert altijd meer snoekbaars op dan
statisch vissen op dezelfde plaats .
- De snoekbaars opzoeken is de boodschap . Krijg je
binnen de 20 minuten geen aanbeet op je stek dan probeer je het
elders .
- Voor grote snoekbaars mag het iets meer zijn ,
iets zwaardere uitrusting , maar belangrijker ; iets groter aas .
- Voor grote snoekbaars moet je op groot water
zoeken . Alleen daar kun je gericht de grote jongens belagen . Meren ,
grote rivieren en stuwmeren .
- Beste tijd : direct na de
paaitijd begin tot halfweg juni afhankelijk van het weer . Dan moet de snoekbaars zijn reserves weer opbouwen .
|
 
|