Home   Email  

 

Vissen op...
Snoekbaars
Snoek
Zeelt
Karper
Brasem
Baars
Barbeel
Paling/Aal
Roofblei
Meerval
Vijverforel
Voorn
Droomvissen

 

 

Vissen op Karper
Afstandvissen 
 
Klik op de afbeelding voor een vergroting  

Algemeen Materiaal 1 Materiaal 2 Dobbervissen Afstandvissen
Voeren  Tips RigsBoilies/partikels Artikels Knopen

Afstandsvissen of statisch vissen het is maar een naam. Zelf noem ik het statisch vissen wanneer je hengels uitliggen en je zelf in bed ligt, wat eigenlijk niet zou mogen. Maar dat is dan weer mijn mening en niet iedereen deelt die !
Het lange afstandsvissen is de meest beoefende vorm van karpervissen, al of niet met een zelfhaaksysteem. Hoewel passiever dan penvissen moet je er toch wat werk insteken wil je leuk vangen.
Meerdaagse sessies zijn meer regel dan uitzondering geworden, ook hier in Nederland en BelgiŽ. En bijna een must als je naar het buitenland trekt. Toch is het mijn mening dat de hengels steeds bemand moeten zijn, al kost je dat enkele visuren minder.
In hoofdzaak zijn er slechts twee lange afstand technieken, namelijk het vrijelijn systeem en het zelfhaaksysteem in een of andere vorm.

Het vrij lijn systeem
De meest eenvoudige manier van karpervissen, maar ten onrechte minder toegepast.  Toch is het nog steeds actueel en zeker op dressuurwater het uitproberen meer dan waard. Een aanbijtende vis kan bij dit systeem ongehinderd met het aas wegzwemmen.
Zonder lood
Er zijn echter enkele beperkingen bij deze manier van vissen.
---Het water mag niet of nauwelijks stromen.
---Winderig weer is ook niet ideaal en zorgt voor valse beetmeldingen.
---De keuze van aassoorten is beperkt. Het moet over voldoende eigen gewicht
     beschikken zodat we het over een redelijke afstand kunnen werpen.

Het aas 
--Een kleine zacht gekookte aardappel of een behoorlijk stuk hiervan.
--Een flinke bol deeg heeft ook voldoende gewicht en laat wat meer variatie in geur
   en smaak toe, maar is wel zeer witvisgevoelig.
--Enkele minder conventionele aassoorten zoals lunchworst of kaas werpen ook nog
   behoorlijk.
-- Wormen, boilies, partikels zijn normaal te licht als werpgewicht. Maar met de
    komst van PVA kunnen we extra werpgewicht creŽren, waardoor deze
    aassoorten nu ook toegepast kunnen worden. Als extra werpgewicht neem je
    dan wat lokaas en dat is dan ook mooi meegenomen als extra attractie rond het
    aas. In artikel "PVA" kan je het nodige hierover lezen. 
De hengel
Zachte aassoorten als aardappel en deeg vragen een zachte parabolische hengel. Werpen we echter een zakje PVA gevuld met aas en lokaas, dan vraagt dit om een iets krachtiger actie en is een medium-taper beter geschikt.
De montage 
Simpeler kan het niet, gewoon de lijn en daaraan de haak. Geen lood of andere verzwaring. Het aas dient als werpgewicht.
Sommige aassoorten bevestig ik liever met een fleurnaald en dan gebruik ik voor het gemak een onderlijn die ik met een lus in lus verbinding aan de hoofdlijn bevestig. 
Vis je met een zwaardere of een gevlochten hoofdlijn, ook dan is een onderlijn uit nylon of fluocarbon noodzakelijk.
Maar het ideaal is en blijft, zeker op dressuur water: lijn met de gepaste trekkracht op de molen en alleen de haak die in het aas verborgen wordt.
Opstelling
Na het inwerpen draaien we de lijn zo strak mogelijk. Door het gebrek aan lood blijft de lijn wel nog steeds in een boog naar het water hangen, maar een bocht veroorzaakt door stroming of wind mag er voor een goede beetregistratie niet zijn.
De hengel leggen we in de steunen en zetten de molen in vrijloop (bij molens die hierover beschikken) anders zet je de molenbeugel open en klem je de draad lichtjes tussen een elastiekje bevestigt aan de hengel. Zo loopt de draad niet van de molen door de wind.
Als beetmelder gebruiken we een lichte hanger of een monkey klimmer die we tussen het startoog en het tweede oog van de hengel plaatsen. Als extra kan ook een elektronische beetmelder gebruikt worden, maar je moet hoe dan ook bij je hengel aanwezig zijn, het is immers geen zelfhaaksysteem.
Zorg ervoor dat hengels hoog op de steunen liggen zodat er voldoende ruimte is.
Let er tevens ook op dat de hengeltop schuin naar het water gericht staat en de hengel en lijn op een rechte lijn staan. Dit om de lijn zo weinig mogelijk weerstand te geven als de karper met het aas wegzwemt. 
De aanbeet
Meestal zie je enkele korte rukjes gevolgd door het langzaam stijgen van de beetmelder of in het extreemste geval knalt de beetmelder omhoog en neemt de karper onmiddellijk draad van de spoel op.
Als reactie sluiten we steeds de molenbeugel en wachten tot de lijn strak loopt, pas dan slaan we aan.  

Opstelling met elastiekje
Met lood
Identiek als het vrijlijn systeem, alleen gebruiken we nu wel lood in de vorm van een schuif of wartellood. Dit systeem is algemeen in gebruik, ook bij niet karpervissers.
In tegenstelling tot het vissen zonder lood kunnen we met het schuifloodsysteem volop variŽren met ons aas en is de werpafstand ook beduidend groter. Het gewicht van het schuiflood wordt bepaald door de werpafstand, de stroming en het gewicht van het aas.
Verder is de hengelopstelling identiek en gebruiken we ook hier een hanger of monkey klimmer als beetmelder. Door het gewicht van het lood kunnen we de lijn nu iets meer aanspannen, waardoor de minste beten nu ook duidelijk zichtbaar zijn.
Onderstaand een voorbeeld montage. 
Hier is gebruik gemaakt van een miniwartel voor de verbinding hoofdlijn/onderlijn. Maar het kan ook met een speldwartel of een lus in lus verbinding. Dan moet je wel gebruik maken van een stoppertje.
Het lood is hier bevestigt op een rubber lijngeleider om de draad zo weinig mogelijk te beschadigen en gemakkelijk omwisselen mogelijk te maken. Het wartellood kan ook rechtstreeks op de lijn geschoven worden of met gebruik van een speldwarteltje.

Klik op de afbeelding voor een vergroting  
Het Vastlood systeem
Willen we normaal altijd zo licht mogelijk vissen en de vis zo min mogelijk argwanend maken terwijl hij het aas neemt door zo weinig mogelijk weerstand te creŽren, dan is dit met het vastlood systeem voorgoed naar het verleden verbannen.
Op de lijn komt een stuk lood dat voor het gewenste effect minimaal 40 gram zwaar moet zijn maar dat zelfs kan oplopen tot 200 gram. Dit wordt op de lijn vastgezet doormiddel van een of ander hulpmiddel.
Het systeem werkt als volgt:
Het aas ligt op de bodem of zweeft er juist boven. Als een karper het aas naar binnen zuigt waarbij de haak ook mee in de bek van de karper verdwijnt, dan strekt de onderlijn zich. De blote haakpunt zorgt er dan voor dat de karper zichzelf prikt door het gewicht van het lood. Dat veroorzaakt een schrikreactie bij de karper, die hierdoor op de vlucht slaat. Wat dan weer als gevolg heeft dat de haak in de karperlip binnen dringt. De karper haakt op deze wijze zichzelf. Met als resultaat dat hij er nog feller vandoor gaat wat resulteert in een gillende beetpieper. Het enige wat u nu te doen staat is de hengel van de steun nemen en de haak te zetten. Je hoeft niet hard aan te slaan, de karper is immers reeds gehaakt. Een rustige achterwaartse beweging met de hengel is voldoende en zorgt ervoor dat de haak wat steviger vast komt te zitten. Op zeer grote afstand mag het iets harder.
Materiaal
De hengel mag iets zwaarder zijn (zie materiaal1) en ook iets stugger gezien de vaak grote afstand waarop gevist wordt. Verder is een molen met baitrunner noodzakelijk.
Het belangrijkste bij dit systeem is de onderlijn montage, die in karpermiddens RIG noemt. Een rig is niets anders dan een stukje onderlijn van meestal speciale soepele gevlochten lijn (kan ook stijf zijn) met een haak en een hair. De hair is een stukje lijn met een lusje waar het aas aan komt te hangen.
Vissers zijn erg vindingrijk en mede door bepaalde omstandigheden, dressuur verschijnselen of gewoon om iets anders te proberen zijn tientallen variaties van rigs ontwikkeld.
Een groot aantal variaties worden uitgebreid behandeld in het hoofdstuk
"Rigs"
Maar hou er rekening mee dat de meest eenvoudige meestal nog steeds goed werken.
Aas:
Zacht aas is bij vastloodmontage niet effectief en moeilijk visbaar. Het aas moet een zekere stevigheid bezitten. Het meest worden boilies/pellets en partikels gebruikt.
Boilies zijn een soort gekookt deeg waaraan smaak en kleurstoffen worden toegediend tijdens en na het maken.
Partikels zijn bv.  maÔs, kikkererwten en tijgernoten.
Wat nu het best vangt is afhankelijk van waar je vist. Veel waters zijn reeds erg dressuurgevoelig voor boilies maar dat kan ook komen voor partikels. Er zijn echter zoveel smaken en geurstoffen dat er altijd wel eentje bij is dat nog goed werkt en na een tijd kunnen we weer met de beginsoorten vissen omdat deze steeds minder gebruikt werden.
Het onderwerp boilies en partikels is zo uitgebreid en er zijn zoveel recepten dat ook dit in een apart hoofdstuk
"Aas" behandelt wordt.
 
Het backstop systeem
Dit is een soort combinatie tussen schuif en vastlood systeem. Hier is het de bedoeling dat de vis vrij met het aas kan wegzwemmen tot dit gestopt wordt door een stuitje dat tegen het schuiflood komt en zo de lijn afremt. Hierdoor krijg je hetzelfde effect als bij het vastlood systeem en haakt de vis zich op dat moment ook zelf. Een soort vertraagt zelfhaaksysteem dus. Deze methode kan zeer effectief zijn op dressuurwater waar de karpers reeds meermaals met gewone rigs gevangen werden. Door de afstand stuitje / lood bepalen we maximum vrij loop die de karper krijgt als hij het aas neemt en er mee weg zwemt.

Klik op de afbeelding voor een vergroting  
 
ZIE OOK "LIJNMONTAGES KARPER "

Algemeen Materiaal 1 Materiaal 2 Dobbervissen Afstandvissen
Voeren  Tips RigsBoilies/partikels Artikels Knopen

Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.