Home   Email  

 

 

Vistechnieken home
Pluggen
Shads
Spinners
Twisters - Jiggen
Lepels
Hengels
De reel
Algemene regels
Kunstaas Tips
Artikels

 

Vistechnieken - Kunstaas - Lepels deel 1
Klik op de afbeelding voor een vergroting  
Klik op de knop Vistechnieken of op home in de kopbalk om terug te keren.

Deel 1

Wat is een lepel ?
 

Het is een van de oudste kunstaassoorten. Eigenlijk is het een eenvoudige constructie. Gewoon een blad uit een of ander soort metaal of kunststof, met bovenaan een oogje, met of zonder splitring en een wartel. Door de welving krijgt het blad een schommelende hoekige beweging in het water, waarbij het glitterd en schitterd. Het is niet mijn favoriete kunstaas met uitzondering van het vissen in sterk stromend water op bijvoorbeeld zalm, waarbij ik de lepel in mijn top twee plaats.
Dus, alhoewel ik de lepel zo nu en dan gebruik en er ook mee vang, is het een kunstaas waar ik nooit met 100% vertrouwen mee vis. Waarschijnlijk is dit ook de reden waarom lepels momenteel wat uit de gratie zijn.
 

Materiaal
 

De hengel  
Afhankelijk van het gewicht, de grootte en de weerstand in het water nemen we een bijpassende hengel. Zie hiervoor het hoofdstuk
"Kunstaashengels". De enige vereiste die ikzelf echt noodzakelijk vind is dat de hengel vrij strak is  met een uitgesproken topactie.
De molen  
Eigenlijk is er geen echte kunstaasmolen, maar meestal rekenen we alle kleinere modellen onder kunstaasmolens. Het best is een molen te nemen in verhouding met de hengel. De combinatie moet goed in de hand liggen, maar mag ook niet te zwaar zijn, gezien het vele werpen. Dus een vrij kleine molen voor een ultra licht hengeltje, en zwaarder naargelang de hengel. 
De lijn 

Monofilament of gevlochten lijn, gekleurd of zo onzichtbaar mogelijk. Het eeuwig discussiepunt. Lees daarom eerst onderstaand artikel met de voor en nadelen van Nylon, gevlochten draad en fluocarbon.
 Klik hier om naar het artikel te gaan.

Keuze van het soort lepel
 

Zoals met elk kunstaas is er een uitgebreid assortiment in alle gewichten en maten tot de grootte van een hand. Het gewicht, de dikte van het blad, het materiaal, de welving, alles bepaald mee hoe een lepel door het water loopt en of hij geschikt is voor ondiep of diep water of voor een bepaalde vissoort.
Enkele voorbeelden.  
Wanneer je op, zeeforel, geep of zeebaars wilt vissen, moet je er rekening mee houden dat het hoofdvoedsel van deze snelle zeerovers bestaat uit spiering, zandspiering, sprot en kleine haring. Dat zijn lange, slanke visjes die het best ge´miteerd worden door een lange smalle lepel zonder sterke welvingen. Het binnenvissen mag en moet behoorlijk snel gebeuren waardoor de lepel vrij rechtlijnig loopt en weinig afzakt. Hetzelfde geld voor roofblei, in dit geval imiteren we dan een blankvoorntje.
Voor langzame rovers zoals snoek neemt u dan weer het best grote, brede lepels met een diepe welving. Meestal lichter van uitvoering om ze trager te kunnen vissen.
Op diep water of in een snelstromende rivier zal men een zwaardere lepel moeten gebruiken dan in ondiep stilstaand water. In ondiep stilstaand water wordt voor een dunner blad gekozen. Hou er ook rekening mee dat je dunbladige en brede lepels niet zo ver kan werpen als dikbladige en smalle lepels.
De kunst is om in het uitgebreide assortiment het juiste model voor het juiste viswater te kiezen. Het is moeilijk om precies te zeggen welke verhouding van vorm, bladbreedte, dikte en gewicht een lepel passend maakt voor een bepaalde diepte of stroomsnelheid. Maar als richtlijn nemen we lichte lepels voor ondiep water en naarmate het viswater dieper wordt zwaardere modellen. Daarbij komt nog, hoe meer stroming hoe slanker je ze neemt. De extra grote exemplaren worden dan weer meer slepend gevist op snoek.

Viswijze
 

De diepte waarop je de lepel binnenvist kun je grotendeels zelf bepalen. Sluit je de molen en start je het binnendraaien van zodra de lepel na het werpen het wateroppervlak raakt, dan heeft deze niet de tijd om af te zakken naar de diepte en vis je zo bijna vlak onder de waterspiegel. Hoe langer je wacht, hoe dieper hij naar de bodem zakt. Je maakt hierbij best gebruik van de countdown methode.
Dit is eigenlijk gewoon tellen hoelang  de lepel er over doet van het moment wanneer hij het wateroppervlak raakt tot wanneer hij op de bodem terechtkomt.
Is dit 15 tellen, dan kun je bijvoorbeeld bij 13 de lepel starten, waardoor je nu vlak boven de bodem vist. Hoe minder tellen u wacht, hoe ondieper je vist.
Zo kun je op iedere gewenste diepte vissen. 
De snelheid van binnenvissen en de stand van de hengel bepalen ook voor een deel de diepte. Als je langzaam draait met de hengeltop naar beneden gericht zal de lepel dieper lopen dan wanneer je met de hengeltop omhoog en sneller binnenvist.
En hiermee komen we aan de manier van binnenvissen.
Zelf dacht ik in het begin dat je de lepel  steeds met lange halen, waarbij je de lepel steeds omhoog bracht en daarna vrij liet afzakken tot bijna tegen de bodem, 
moest vissen. Maar het resultaat bleef meestal uit of was bedroevend.
Een lepel kan zowel gelijkmatig als in vallende bewegingen met een strakke lijn worden gevist. Bij een gelijkmatig binnenvissen heeft de lepel al een zeer goede actie.
Hij gaat van links naar rechts, duikelt en slingert, om het volgend moment de binnenkant te laten schitteren. Verminder tijdens het binnenvissen regelmatig de inhaalsnelheid, hierdoor dwarrelt de lepel naar beneden, en dat is tevens juist die extra actie kenmerkend voor een lepel. Maar het is dus niet zo dat je hem huppelend moet binnenvissen.  De snelheid waarmee je de lepel binnenvist mag echter nooit zo hoog zijn dat de lepel begint te tollen, dat laten we over aan de spinner. De typische schommelbeweging moeten we ten allen tijde trachten te behouden.
 

 

Wist u dat...
 

  • Lepels in vergelijking met ander kunstaas verhoudingsgewijs de minste missers opleveren en dat er ook het minst vis mee verspeeld wordt. Doordat het blad dun is, steekt de dreg goed langs de zijkanten uit. Bij de aanslag glijdt de lepel gemakkelijk door de bek totdat de haak vlees pakt.

  • Het oppervlak van een lepel bepaalt over welke afstand de vis de lepel kan zien. Een glad oppervlak reflecteert het zonlicht beter dan een mat oppervlak.
    Een gehamerde lepel (gebubbeld blad) licht bij de minste beweging optimaal op in alle richtingen. Reinig je lepels dan ook regelmatig om een optimale reflectie te behouden.

  • Je de vorm en grote van de lepel het best kunt aanpassen aan de meest voorkomende prooivis in het water waar je vist.


 

Enkele modellen
 

 
1-Abu lepels  2-enkele lepels uit mijn assortiment
 

 Zie ook artikels kunstaas 
 
 
 

Deel 1

Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.