Home   Email  

 

 

Vistechnieken home
Pluggen
Shads
Spinners
Twisters - Jiggen
Lepels
Hengels
Algemene regels
Kunstaas Tips
Artikels

 

Vistechnieken - Kunstaas - Algemene regels
Klik op de afbeelding voor een vergroting  
 

 

Aanbeten
 

Beginnende kunstaasvissers denken vaak dat de aanbeet van een roofvis altijd met een heftige ruk op de hengeltop gepaard gaat . Vergeet dit maar snel . Natuurlijk komt dit geregeld voor , maar er zijn ook momenten waarbij het lijkt dat je kunstaas wat vuil van de bodem oppikt , of gewoon tegengehouden wordt , net of je ergens vastloopt . Soms is het zelfs alleen de lijn die plots slap valt , of de actie van het kunstaas valt weg . Dit komt vaak van een vis die het aas langs achter aanviel en nu met het kunstaas in zijn bek nog een eindje doorzwemt . Vaak voel je dan pas na seconde plots weerstand , of helemaal niets als je niet aanslaat en de vis zijn vergissing bemerkte .

Aanslaan
 

Wat voor aanbeet het ook is , zet bij iedere twijfel de haak . Dat betekend niet dat je uit alle kracht de hengel naar achteren zwiept . Een kleine vis vliegt op die manier uit het water , en bijeen groter exemplaar sta je gegarandeerd met een overgetrokken lijn .  Je moet in feite met een soort ingehouden kracht de haak zetten , waarbij de lijn en de hengel onder spanning komt te staan . En dat moet je dan zo houden tot je de vis land . Het lijkt gemakkelijk , maar dat is het heus niet . Als je na tientallen worpen zoals steeds verrast wordt door de aanbeet , krijg je zowaar een flinke adraline opstoot , en dan zijn fouten in de daaropvolgende momenten meer regel dan uitzondering . Ook bij mij .

Kleuren
 

Zelf merkte ik wel verschil in het aantal aanbeten op verschillend gekleurde spinners  , zowel donkere als licht gekleurde , met strepen of andere . Nooit kon ik echter vaststellen dat er een algemene regel was . Meestal veranderd dit zelfs gedurende enkele uren vissen . Dus zou ik zeggen probeer eerst een lichter kleur , daarna een donker , en experimenteer zo verder . Vang je niets meer , probeer dan eens iets anders . 
Als regel stelt men :
Bij zonnig weer en helder water : lichte kleuren .
Bij overtrokken donker weer : donkere kleuren .
Troebel water : vaak felle kleuren en zelfs fluo kleuren .

Waar werpend vissen :
 

-Normaal vissen we een water steeds in waaiervorm af , te beginnen met worpen parallel met de oever , en daarna steeds meer naar het open water toe .
-Veelbelovende plaatsen zijn : Onder en tegen overhangende bomen langs het water . Obstakels die in het water staan of liggen , brugpeilers , samenkomende waterwegen of een inkomende beek of gracht , boven of aan de voet van steen hellingen of oeververstevigingen , langs waterplanten , in kleine inhammen , rustiger water in de rivier , uitgeholde oevers , onderwater liggende hellingen en obstakels , diepe troggen en hun zijkanten . Kortom , bijna overal zijn er wel veelbelovende stekken te vinden , alleen aan u om de aanwezige roofvis tot toehappen te verleiden .
-Kom ik op een plaats met een stek als hierboven , dan vis ik deze vaak als eerste en als laatste af . Neemt de vis niet op de eerste worpen , dan vaak op de laatste . Als reden hiervoor is dat hij hoewel eerst niet geïnteresseerd , vaak later geïrriteerd wordt door het steeds weer terugkomend onding in zijn territorium

 Slepend vissen met kunstaas  :
 

Trollen , zeg maar slepen van kustaas  achter de boot , is een manier van vissen die ik niet echt in mijn hart draag . Ik doe het wel , maar dan meer uit noodzaak , of omdat het de enige effectieve manier is om een bepaald water te bevissen . Kan het evengoed werpend , dan kies ik steevast voor werpend vissen . Maar alhoewel ik trollen een luie en passieve manier van vissen vind , het is wel vaak een effectieve manier . Onderstaande bevindingen zijn deze voor onze inlandse roofvissen en hun buitenlandse neefjes .  Voor Buitenlandse en exotische rovers en zeevissen helden andere regels . 

Basisregels :
Slepen is in de regel een samenspel tussen twee sportvissers met in de meeste gevallen vier hengels . Het kan ook op je eentje maar beperk dan wel het aantal hengels tot twee . Twee hengels per persoon dus , waarbij een hengel in de steun geplaatst is en de ander in de hand ligt . Daarbij moet je een koers aanhouden die optimaal is voor het te bevissen water , al dan niet gebruikmakend van een dieptemeter . Dus eigenlijk meer dan genoeg werk en nog zo gezellig met zijn tweetjes .
 
 De trolsnelheid :
Start je met trollend vissen , dan denk je in het begin dat je te snel vaart . Het is echter het tegendeel , je trolt niet gauw te snel , eerder te langzaam . In de wintermaanden mag je zelfs iets sneller trollen dan in de zomer . Waarom ? , wel simpel , omdat ik zo meer vang . De trolsnelheid in de winter ligt zo aan ongeveer 4 km per uur tegen 1.5 km per uur in de zomer .

 De afstand van de plug tot de boot :
De afstand waarop het kunstaas achter de boot getrokken wordt is een andere vraag die ik geregeld krijg . Vroeger viste ik op betrekkelijk grote afstand achter de boot , omdat ik altijd de vis zo min mogelijk wil storen . Met tijd is echter gebleken dat hoe korter de afstand , hoe beter je het kunstaas onder controle houd . Nu hou ik nog steeds een gemiddelde aan tussen de 10 en 15 meter op groot water , en max 10 meter op ondiep water  . Toch merkte ik reeds op dat sommige meer ervaren trollende vissers , hun aas slepen op minder dan 5 meter achter de boot . In Ierland zag ik zelfs een duo trollend vissen met levend aas op nog geen 2 meter naast de boot . Wel met een kleine boot met elektromotor . Ze vingen zelfs meer snoeken dan wij . En onlangs las ik nog een artikel van een bekend en gerenommeerd visser en schrijver die zweert bij 2 meter , en er zelf zijn reputatie veil voor heeft  . In de toekomst zal ik dit dan ook eens in praktijk uittesten , maar voorlopig hou ik het bij de normale afstand .
Systematisch slepen met vier hengels : 
Het kunstaas van de afgesteunde hengels loopt aan de buitenkant , ver achter de boot .Met de handhengel vissen we dichter naast en achter of soms onder de boot . Het gemakkelijkst is als handhengel een korte hengel te nemen . Hiermee vissen we ook tijdens het slepen wat actiever waardoor we het kunstaas wat extra tot leven wekken . Gewoonlijk betekend dat ook meer vis . 

Slepen op snoek en snoekbaars :
Voor snoek slepen we het kunstaas aan de afgesteunde hengels op 20m afstand en twee meter diepte . Het de handhengel kunnen we onder de boot of tot een afstand van 10m achter de boot vissen . Hiermee vissen we ook iets dieper , van -4 tot en met tegen de bodem .
Voor snoekbaars vissen we het kunstaas op dezelfde afstand als hierboven , alleen wordt nu alle kunstaas net boven de bodem aangeboden . Vaak vist men hierbij op de verticale wijze met de handhengel . Om zeker te zijn dat het aas vlak tegen de bodem gevist wordt , leg je het kunstaas met licht gespannen lijn uit tot je op een moment het kunstaas tegen de bodem voelt tikken , als je nu een tweetal meter terug neemt , vis je hier mooi boven . Kom je onverwachts in ondiep water , hef de hengel dan hoger tot je weer op de juiste diepte zit . Een metertje lijn bijgeven laat de plug daarentegen dieper lopen . 
 

-Een van de recentste hulpmiddelen die ik onlangs tegenkwam , maar nog niet uitprobeerde  is de PowerGear , een stabilisator voor kunstaas . De product omschrijving is als volgt : Het bied u de mogelijkheid om licht en klein kunstaas te trollen waarbij de stabilisator ook nog eens de functie van antikinklood vervult . Als extra zit er een ratelaar in voor een extra prikkelende werking op roofvis .


 


Copyright © 2006 Noyelle Frans . Alle rechten voorbehouden .