Home   Email  

 

 

Basistechnieken
Vaste stok
Feeder
Match
Karper
Kunstaas
Snoek
Snoekbaars
Meerval
Diverse
Vliegvissen
Vijverforel
Zeevissen

 

Basistechnieken - Lijnmontages - Snoek
Klik op de afbeelding voor een vergroting  

Klik op de knop basistechnieken of op home in de kopbalk om terug te keren.
 
Op snoek vissen kan op diverse manieren  en er komen steeds nieuwe technieken bij. Voor mezelf staat kunstaas nog steeds op nr1 om roofvis aan de haak te krijgen  maar dat wil niet zeggen dat ik niet anders vis, integendeel. Levend aas is de volgende in de rij, voor zo lang het nog toegelaten is. In Nederland is het trouwens reeds verboden, en ook hier begint dit verbod op sommige vijvers reeds gebruikelijk te worden, alhoewel ik het nut er niet van inzie om eerst de vis te doden om daarna met dode vis te kunnen vissen. Dus ook het vissen met levend aas komt hier aan bod samen met de andere manieren om onze sportvriend "de snoek" tegen wil en dank  aan de haak te krijgen.
Zowel conventionele als controversiële systemen die vaak slechts in uitzonderingsgevallen kunnen gebruikt worden. Aan u om de keuze te maken. 
Zwevend vissen met de vaste dobber
De klassieke montage met dobber. Bij de aanbeet wacht men gewoonlijk tot de roofvis de aasvis draait om te slikken. Dat uit zich meestal in een korte stop na de eerste run. Bij het terug weglopen wordt de haak gezet.
Met een vaste dobber vissen we op diepten tot ongeveer max.  2/3 meter, meestal echter zijn dit vaak ondiepere plaatsen. Dat kan zowel vanuit een boot als vanaf de oever. In de titel staat vaste dobber, maar je kunt hiervoor evengoed een schuifdobber gebruiken die met een stuitje op diepte gehouden is. Het voordeel hiervan is, dat wanneer je toch dieper wil gaan vissen je de montage niet hoeft te veranderen. Zelf verkies ik echter een vaste dobber. Hiervan ben ik altijd zeker dat mijn aasvis steeds op de door mij ingestelde diepte zwemt.
Er zijn zowel bolle als slanke modellen van dobbers bruikbaar waarvan de laatste iets minder weerstand geven bij een aanbeet en de eerste iets stabieler staan. 
Montage:
De montage is vrij simpel, dobber, schuiflood, kraaltje, wartel, stalen onderlijntje  en dreg of enkele haak. In
VB1 zie je een montage met schuifdobber en kogellood. VB2 is bijna identiek, maar nu met een langwerpig schuiflood en is er gebruik gemaakt van krimpkousjes om de montage mooi glad af te werken.
De wijze waarop je de vis aan de haak zet kies je zelf volgens eigen voorkeur of noodzaak. Zelf begin ik steeds met een enkele haak, aangebracht in de rug van de aasvis, juist voor  of achter de rugvin.
Vergeet echter niet dat elke dobber weerstand betekend en dus ook goed moet worden uitgelood. Onterecht denken velen dat het een snoek niet stoort. Zorg dus steeds voor een perfect uitgelode  dobber.
In alle drie de montages is schuiflood gebruikt, dit omdat hiermee de lijn minder in de war geraakt dan met andere loodzettingen. Bij een verdeelde loodzetting komt het immers vaak voor dat de levende aasvis de lijn in de war zwemt. Dat heb je natuurlijk niet met dode aasvis en hier kan een verdeelde loodzetting dan weer wat minder weerstand opleveren voor de aanbijtende snoek.     
 
VB1                                              VB2    
 
VB3
Viswijze:
Montages
VB1/VB2 zijn nog steeds de meest toegepaste viswijzen voor snoek. Maar nog meer dan anders is het lokaliseren van mogelijke snoekstekken hier het belangrijkst. Denken we daarbij aan water en oeverbegroeiing, leliebedden, rustige inhammen, overhangende takken en bomen, uitgeholde oevers, natuurlijke en kunstmatige obstakels in het water, steenstortingen, taluds, sluizen  enz.  Op al deze plaatsen laten we onze aasvis te water. De diepte waarop we het aas aanbieden is afhankelijk van de plaats, maar mag gerust tot een tot twee meter boven de bodem zijn. Op half water en hoger is vaak nog beter. Het maakt een  snoek niet zo veel uit en het is altijd beter om het aas iets boven een op jacht zijnde snoek aan te bieden.
Zien we zo'n veel belovende stek, dan plaatsen we onze aasvis in de nabijheid hiervan en laten de aasvis het werk doen. Zit er een snoek in de nabijheid dan is de aasvis onrustig en dat zie je dan ook aan de bewegingen van de dobber. Verander in dit geval niet te vlug van plaats, maar als er geen beet volgt blijf dan ook geen uur vasthoudend doorvissen. Bij gebrek aan beet verander ik zo om het kwartier en probeer het op iedere goedogende stek. In kanalen waar de oevers eentonig zijn, en er van echt zichtbare stekken geen sprake is, schuif ik steeds een 10 meter op tot ik een aanbeet krijg.
Op die plaatsen vis ik echter ook vaak op een andere manier, en wel door de aasvis slepend langs de oever of het talud te vissen. steeds een vijftal meter uiterst traag te verslepen om de aasvis dan enkele minuten terplaatse te laten rondzwemmen. Dit herhaal ik steeds tot ik een aanbeet krijg. Op veelbelovende plaatsen laat ik de vis wat langer rondzwemmen.
Wees bij het verslepen steeds alert, zodat je bij de minste aanbeet onmiddellijk lijn kunt geven.
Voor deze manier van vissen gebruik ik
VB3. Hierbij is de aasvis met een enkele haak door de lippen aangebracht omdat dit tijdens het verslepen natuurlijker overkomt.
Vissend op de wind of drift vanaf de oever of boot met een zeildobber
Dit is een techniek van dobbervissen die zowel voor dood als levend aas bruikbaar is vanaf de oever als vanuit een boot.  Een boot heeft als  voordelen dat je op plaatsen kunt vissen die vanaf de oever onbereikbaar zijn, en dat je veel mobieler kunt vissen zonder sleuren met vismateriaal. Het sleuren van een boot moet je er dan wel bijnemen. 
Gebruikmakend van de bijna altijd aanwezige wind of drift  laat je de aasvis zo natuurlijk mogelijk over en langs mogelijke snoekstekken drijven. Je kunt hiermee perfect een rietkraag afvissen, maar je kunt deze techniek evengoed gebruiken om een stuk open water af te vissen. Zonder dat je hiervoor zelf veel moeite moet doen, buiten het wat bijsturen of afremmen van de lijn vis je op deze manier een grote oppervlak water af.
Er zijn zelfs speciale zeildobbers
VB4. Dit soort dobbers is op de antenne voorzien van een zeil of zeiltjes om de wind meer vat te geven op de dobber. Heb je deze niet bij, dan kun je een antenne ook zelf voorzien van een zeiltje door simpelweg een stukje karton over de antenne te schuiven.  Wil deze techniek nog perfectioneren, dan kun je de lijn ook drijvend maken met wat vet, waardoor de drift minder afgeremd wordt door de onderwater zakkende lijn die nu op het wateroppervlak ligt, en zo nog de drift bevorderd.
Een montage zoals in
vb1 en VB2 werkt hierbij uitstekend.


VB4 zeildobbers

Slepend met de vaste dobber en getakeld aas  1
Gewoon je aasvis statisch  op veelbelovende plaatsen aanbieden kan soms wel een aanbeet opleveren, maar is nu eenmaal niet echt effectief vissen. Beter is het om de aasvis slepend in traag tempo langs de mogelijke stekken te vissen. Het kan driftend of varend vanuit een boot, werpend vanaf de oever of gewoon slepend langs de oever.
Vist men slepend met een dobber zoals hierboven beschreven, dan gebruik je als aas een getakelde dode aasvis.
In het voorbeeld
VB5  is gebruik gemaakt van een enkele haak en 1 dreg maar bij grotere aasvissen gebruik je vaak een takel met 2 dreggen.
Met dit systeem kan meteen worden aangeslagen.
Hier is dan ook de takel rechtstreeks aan de lijn bevestigd. Wil je 100% safe spelen dan doe je tussen de takel en de lijn nog een stalen onderlijntje. VB6
In deze montage gebruikte ik tracé crimp cover om de verbinding mooi af te werken.
Om een dode aasvis nog attractiever te laten bewegen kunt u eerst de ruggengraat breken, waardoor hij soepel beweegt tijdens het slepen.
 


VB5                                                                                                         VB6

Slepend vissen met een boot en aasvissen
Bootvissen heeft tal van voordelen en extra mogelijkheden aan onze sport, waarvan deze er een is. Bijna altijd gebruiken we hiervoor dood al dan niet getakeld aas. Door langzaam rond te varen, kun je grote oppervlakten water afvissen op zoek naar snoek. In de meeste gevallen ben je het best af wanneer je de aasvis op een diepte van rond de drie meter aanbied. Gewoonlijk echter vis je met meerdere hengels, en dat heeft je ook de kans op verschillende dieptes te vissen of/en met verschillend aas. Meestal vis ik dan ook met twee hengels ingesteld op verschillende diepte slepend achter de boot.  We ondervonden dat dieper liggende snoeken die trek hebben best enkele meter willen omhoog zwemmen om de aasvis te grijpen. Het maakt dus minder uit of je over een dieper of ondiep stuk vaart. Maar blijft de beet uit, pin je dan nooit vast en probeer dan eens een andere diepte, zoals een kleine meter boven de bodem. Vis wel zoveel mogelijk randen van een talud af.  Vaar de boot daarbij zigzag van ondiep naar diep. Hiermee varieer je niet in diepte, maar laat je de aasvis ook nog dalen en stijgen wanneer de boot een bocht maakt. Vergeet ook niet de rietkragen en oevervegetatie af te vissen. Stel de dobber dan wel ondieper in. Op zeer diep water komt het ook vaak voor dat juist midden op het wijd, waar niets laat vermoeden dat daar een snoek staat, een aanbeet volgt. Vaak zijn het hier juist de grootste snoeken. Op die plaatsen vis je dan ook dieper, BV. een aasvis op drie meter en eentje op zes meter diepte.
Sleepsystemen zijn er in overvloed.
De aasvis wordt bijna steeds getakeld met meerdere haken. Stel de slip zo in dat de snoek automatisch wordt aangeslagen door de snelheid van de boot, maar de slip wel gaat lopen bij teveel weerstand.  Haak je een vis, trek dan nog een tweede maal de lijn strak aan, waarbij je eventueel een niet perfect gezette haak alsnog mooi kunt zetten.


Voorbeeld van sleeptechniek  met 3 hengels

Sleepsystemen zijn er in overvloed. Nadeel van een schuivend lood is vaak dat het naar de dobber toe getrokken wordt waardoor de aasvis veel hoger in het water komt. Met onderstaande montage kan je dat vermijden. Deze is het best te gebruiken met zwaardere aasvissen.


VB7

Snoeken met verankerd aas
Een manier die kan gebruikt worden onder overhangende takken, plantenbedden, of wanneer wind of stroming anders vissen onmogelijk maakt. Met deze combinatie kan men zijn aasvis op één bepaalde plek aanbieden en hem daar houden. Dat kan voordelen hebben als men de standplaats van de snoek kent, of de aasvis anders in obstakels zou terecht komen.  Deze manier is het effectiefst met levend aas, of met dood aas in stromend water.
Gebruik je dood aas en is er geen stroming dan raad ik je aan dit drijvend te maken door het aanbrengen van een stukje foom in de aasvis.
De vis kan zowel opgenaaid worden, waarbij de haak vooraan de rugvin uitkomt met de lijn langs achter, of met de enkele haak door de beide lippen 
VB 8.

VB8

Snoeken met verankerd aas/grondafhouder

Met deze combinatie kan men zijn aasvis op één bepaalde plek aanbieden en hem daar houden. Speciaal voor het vissen boven plantenbedden, vuile en modderige bodem. Ook wanneer je de aasvis op een exacte plaats boven de bodem wil aanbieden.

             
 

Bodemvissen met dood of levend aas
Deze techniek is toepasbaar vanaf de oever of vanuit een geankerde boot. Als aas kan men gebruik maken van zowel dood of levend aas. Bij dood aas wekt een aasvis die in zijn geheel met een aasnaald op de onderlijn gezet wordt het minste wantrouwen. Je naait de vis zo op dat de haak punt vrij is. Een levende aasvis kan bevesigd worden met de haak zowel voor of achteraan de bovenvin. Als haak kan zowel een dubbele haak, dreg of enkele haak gebruikt worden.
Of men kan de vis gewoon aan de lip haken met een enkele haak.
Grote snoek zit vaak op behoorlijke dieptes en deze manier van vissen laat ons toe hem ook hier gericht te bevissen. Vaak zijn dit randen van diepe onderwaterputten.  Het is ook de manier van vissen waarbij vaak gebruik gemaakt wordt van dode zeevis als aas. Zeker in het buitenland een geliefde methode.  Daar worden als aasvissen vaak zeevissen gebruikt. Dit soort vissen geven een intenser reukspoor af. De aasvissen moeten bij voorkeur vers zijn, maar diepvries kan ook. Makreel blijft vaak moeilijk op de haak zitten tijdens de worp. je kan deze dan ook soms beter met een takel monteren. zie VB.
Sommigen injecteren hier dan ook de aasvis met een geur en smaak doormiddel van een spuit. Anderen dompelen de aasvis dan weer in een geur en smaakstof. Dat laatste werkt echter niet langdurig en is in de meeste gevallen te fel in het begin.
Dobber systeem: Als de diepte het toelaat kunnen we kiezen voor een vaste dobber, en anders gebruiken we hiervoor een schuifdobber. Het bodemvissen met een dobber, als afstand en wind of drift het toelaten vind ik nog altijd de beste beetregistratie. Je ziet beter wat er gebeurd bij een aanbeet, afgezien van het feit dat ik nog steeds een kick krijg van een weglopende dobber. 
Schuiflood systeem:
Tegenover het dobbersysteem zouden deze montages het voordeel moeten hebben dat er geen weerstand van lood of dobber meer is tijdens de aanbeet.
De aanbijtende vis kan in theorie in dit geval vrij lijn nemen.
In de praktijk is het echter wel zo dat de lijn dan wel volledig obstakelvrij op de bodem moet liggen. 
Na het inwerpen draaien we de lijn strak en plaatsen de molenbeugel open, waarbij we de lijn vastleggen in een lijnclipje of elastiekje aan de hengel bevestigt.
We kunnen indien we dat wensen ook nog  een beetindicator op de lijn plaatsen. Gemakkelijker is het gebruik van een beetrunner en piepers voor de beetmelding. 
 
Vissen met de vaste dobber en bodemaas
In het voorbeeld gebruikte ik een schuifdobber die vastgezet is met twee stuitjes. Het dobbermodel en het draagvermogen kies je naar eigen voorkeur. Het hoeft nu geen zware dobber meer te zijn omdat hij alleen als beetindicator dienst doet en geen gewicht van het aas hoeft te dragen.
Je neemt deze dus zo licht mogelijk als de omstandigheden toelaten. Rekening houdend met de zichtbaarheid, de stroming en de wind.
Hier werk ik ook niet meer met schuiflood maar met loodhagels. In de meeste gevallen groepeer ik deze wel omdat dit het werpen gemakkelijker maakt. Is ver werpen niet nodig dan gebruik ik soms een verdeelde loodzetting die iets minder weerstand heeft tijdens de aanbeet. Al is dat verschil bijna verwaarloosbaar.
Als aas kan je zowel dode aasvis, levende aasvis, stukjes vis of zelfs zeevis gebruiken. 
Als onderlijn steeds 20/30cm staaldraad.
Trekkracht van de lijn is aanpasbaar volgens de te verwachten vis, maar meestal volstaat 6/12kg.
         
 
Gewone schuifloodmontage
(basis)

Een eenvoudige en veelzijdig inzetbare montage die als basis zeer goed voldoet.
Je kan gebruik maken van een miniwartel voor de verbinding hoofdlijn/onderlijn maar het kan ook met een speldwartel.
Het lood kan je gewoon op de lijn schuiven of met een rubber lijngeleider om de draad zo weinig mogelijk te beschadigen en gemakkelijk omwisselen van het lood mogelijk te maken. Als onderlijn gebruik je 20/30cm staaldraad.
(onderstaand enkele voorbeelden)

 

Bodemvissen met dood aas - popup
Op begroeide, zachte of vuile bodem. Maar ook om de dode aasvis visueel beter zichtbaar te maken. Het aas beweegt ook veel vrijer dan op de bodem liggend.

Montage 1: Met stukjes piepschuim die je via de bek van de vis naar binnen schuift, creëer je drijvend vermogen. 
Montage 2: Door gebruik te maken van een pop up gebruikt door karpervissers komt het aas boven de bodem te hangen.

             


 
dood aas pop ups

Zwevende roofvistakel met
onderwaterdobber of drijflichaam 
 
Deze montages worden gebruikt om mooi dicht tegen de bodem aan te vissen.
Een (volgens mij)
van de beste manieren om actief op snoekbaars te vissen maar die in sommige omstandigheden ook geschikt is voor snoek.
Zelf vis ik hoofdzakelijk met vb3. Bij zwaardere andere vissoorten in het buitenland gebruik ik de andere twee methodes.

In Vb 1 en 2 is gebruik gemaakt van een onderwaterdobber van fox en is iedere verbinding afgewerkt met een siliconen slangetje. Vb 1 is meer geschikt om te slepen over een egale bodem, terwijl vb 2 meer geschikt is bij oneffen bodem of om een onderwaterhelling  mee af te vissen.
Vb 3 is een oudere maar daarom niet minder goede versie met een kurkje als drijflichaam. Deze montage is iets minder opvallend en wat lichter.
Deze montages staan uitgebreid beschreven in een apart artikel:

"Zwevende roofvismontages"



 
Sunken float rig (Fox)

Je aas vrij zwevend in het water presenteren, doe je met zogenaamde sunken floats. Ze worden tot wel een meter boven het lood bevestigd. Daaraan komt vervolgens de takel, die zo de vis vrij van de bodem houdt. Zeker wanneer je boven een zachte bodem of wiervelden vist, een aanrader.

Ledger systemen  
 

Je ziet ze vaak in de hengelsportzaak, de kleine blistertjes met allerlei rubbertjes, ringetjes, connectors. enz. De namen zijn ons vaak vreemd en steeds Engelstalig. Ze zijn een van de nieuwste rage, en laten vaak ingewikkeld monteringen toe.  Het opzetten van de montage is dan ook vaak niet zo eenvoudig. Doe dit dan liefst thuis en neem de compleet opgetuigde hengel mee naar het viswater.
Hieronder enkele montage waarbij gebruik gemaakt is van diverse systemen.

Free running ledger rig

Ledger systemen pas je toe bij het statisch vissen. Een slanke dobber minimaliseert de weerstand. Het schuiflood kies je niet te zwaar en tegelijk zorg je ervoor dat de vis enkele meter met het aas kan wegzwemmen, voor het door de loodstopper geremd wordt. Vis je  op een onregelmatig verlopende bodem, dan is het free running systeem misschien wel de beste methode.

Float ledger

  Aasvis takel montages Roofvis  
 

Bij aasvistakels voor slepend of statisch vissen zorg je er steeds voor dat de haken zo geplaatst zijn dat je aasvis natuurlijk in het water staat, en dat je vrijwel direct na de aanbeet de haak kunt zetten. Hieronder enkele voorbeelden voor verschillende doeleinden. Afb. 4: bait boom montage. Afb 5 Met schuivende enkele haak.

   
 

 

Drachkovitch takel
Op harde bodem met weinig plantengroei. Voor snoekbaars, forel, snoek en grote baars. Spinhengel of baitcaster lengte 2.7 - 3 m. Werpgewicht 20-60 gr
 

Een aasvis takel van de gelijknamige franse snoekbaarsvisser die het best werkt vanaf hoge visplaatsen zoals kademuren, of vanaf een boot.  Wat niet wil zeggen dat je er niet  gewoon vanaf de kant mee kunt vissen. Deze aastakel is in bijna iedere vissportwinkel te koop, en alhoewel door ons Vlamingen minder gebruikt, ontbreek deze zelden in de uitrusting van onze Waalse visvrienden. Door het los gemonteerde kogellood voor de takel valt het aasvisje bij het raken van de bodem telkens om en imiteert zo een in doodstrijd verkerende prooivis. Met de hengeltop wordt het visje een eind van de bodem opgetild en weer naar de bodem gelaten door de hengeltop te laten zakken, waarbij men een halve meter lijn  binnendraait. Experimenteren is noodzakelijk om de juiste hoogte en snelheid te ontdekken waar de vis op reageert. Men monteert de takel  door de speld via de bek in de aasvis te steken en daarna de twee dreggen in de flanken van de vis, de achterste dreg bij voorkeur in de buurt van de staart. Tot slot wordt het koperdraad door de nek gestoken en rond de kop gewikkeld.
 

       
drachkovitch takel/Loodkoptakel met bevestiging

Levende aasvis haakmontages  

Afhankelijk van de manier van vissen, of de wijze waarop de roofvis die dag het aas neemt, kies je voor een passende bevestiging van de haak. De enkele haak kan indien je dat noodzakelijk acht ook vervangen worden door een dreg.

1/2 - De liptakel is geschikt voor zowel stromend als stilstaand water. In de stroming zorgt deze manier ervoor dat de aasvis natuurlijk beweegt. Bij het slepend of werpend vissen zwemt de vis in de juiste natuurlijke richting.
3 - De rugtakel waarbij de haak zowel voor als achter de bovenvin kan geplaatst worden is de manier om met de dobber te vissen  en is ook uitstekend geschikt voor dood aas op de bodem aangeboden. Bij het gebruik van een dobber mag er wel geen te felle stroming zijn anders komt dit onnatuurlijk over.
4- De manier om te vissen wanneer je een dode aasvis als pop-up gebruikt. Dit wil zeggen; hem op de een of andere manier drijvend maakt, zoals met een stukje piepschuim. Op deze manier gehaakt komt hij mooi natuurlijk boven de bodem te hangen.  


 

Tip voor levende aasvis 
Het gebeurd soms dat de vis er wel zit, maar vertikt om de aasvis te nemen. In dat geval lokt het gebruik van deze tip wel vaak een aanbeet uit. Het principe is simpel. Knip een deel van de staart weg. Vermijd echter te diep knippen waardoor de vis gaat bloeden ! 
Hierdoor zwemt de aasvis op een vrij onnatuurlijke manier wat de luie rovers toch tot aanbijten verleid. 
Vissen met kunstaas
Snoek is ideaal te vangen met kunstaas, werpend vanaf de oever of de boot. Op groot water vaak slepend met groot kunstaas. Hoe je het best met kunstaas aan de slag kunt lees je in het hoofdstuk vistechnieken  " Kunstaasvissen  "
 


Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.