Home   Email  

 

 

Basistechnieken
Vaste stok
Feeder
Match
Karper
Kunstaas
Snoek
Snoekbaars
Meerval
Diverse
Vliegvissen
Vijverforel
Zeevissen

 

Basistechnieken - Lijnmontages - Meerval
Klik op de afbeelding voor een vergroting  

Klik op de knop basistechnieken of op home in de kopbalk om terug te keren.
 

Hoewel momenteel in Europa op de meeste plaatsen het vissen met levend aas verboden is,staan hier toch nog steeds alle technieken. Ze kunnen immers  van pas komen op plaatsen waar het wel is toegestaan. 

Pellet montages   
 

De gebruikte pellets zijn vismeelpellets vervaardigt uit visolie en bindmiddel. Ze bestaan in verschillende diameters maar het gebruikelijkst zijn deze van 21millimeter. Onderwater lossen ze langzaam op.
Ze worden vaak verkocht onder de naam 'heilbotpellets'
Andere soorten pellets kunnen natuurlijk ook en in de toekomst zullen zeker nog meerdere smaken en geuren gebruikt worden.
Je mag rekenen op een goede werking van ongeveer 1 uur. Dan zijn de pellets wel nog niet opgelost, maar hebben ze wel reeds veel van hun attractiviteit verloren. Je kan vissen met 1 tot een reeks 10 pellets. Het gebruikelijkst is echter 2 tot 4 stuks.
Pelletmontages worden bijna steeds uitgevaren, waarbij men er van gebruik maakt om eveneens wat bij te voeren.
Met een geschikte zware hengel kan je deze eveneens werpen.
 

Meerval/Haarlijnmontage voor pellets Ebro/Spanje  

De pelletmontages die we op onze recentste trip gebruikten en momenteel de meest toegepaste techniek is, omdat in de meeste plaatsen het gebruik van levend aas verboden is. Met dit zelfhaak systeem wordt op de bodem gevist.
Deze montages zijn vrij eenvoudig maar voldoen uitstekend in bijna alle omstandigheden.
Als hoofdlijn wordt meestal gevlochten gevlochten draad gebruikt van 35 tot 50/00.
Het lood kan je met een running boom op de lijn bevestigen, of met een lead clip systeem.
Beiden zijn zelfhaaksystemen.
Als haak een nr 3 tot 6 is reeds voldoende. Er wordt nog zelden met grotere haken gevist.
De kevlar onderlijn is te dik om als rigdraad te gebruiken. Daarom wordt de rig apart aan de haak geknoopt. Je past de lengte aan volgens het aantal pellets. Aan het uiteinde maak je een lus waar de pellet ruim doorheen kan.
Er wordt dus geen stopper gebruikt voor de pellets. De laatste pellet haal je gewoon terug door de lus. 
Het gebruik van deze systemen en het resultaat kan je lezen in het recentste visreisverslag:
Spanje/Ebro

  Meerval/Haarlijnmontage voor pellets Mequinenza

Waarschijnlijk de eerste pellet montage die gebruikt werd in Spanje op meerval.
In de beginjaren het
meest gebruikt langs de promenade van Mequinenza op de Ebro in Spanje.
Bij de bodemmontage wordt een plat noppenlood van 300 tot 400 gram gebruikt. Dat ligt stabiel op de bodem en wordt door de stroming niet verplaatst. Als lijn een meervallijn trekkracht 80 kg. Als onderlijn een gevlochten lijn trekkracht 80kg. Hoofd en onderlijn worden verbonden door een kwaliteitswartel. De haak een Gamakatsu in de maten 4/0 en 5/0. De haarlijnmontage die met onderlijnmateriaal wordt gemaakt wordt in de buurt van de haakbocht op de haaksteel geknoopt. Aan het eind van de hair komt een grote lus. Wanneer alle pellets op de hair gefleurd zijn wordt de lus om de laatste pellet gelegd en werkt daarmee als stopper.
Gebruik je het als zelfhaaksysteem, dan moet je nog een stopper op de hoofdlijn plaatsen. Dit kan met een fors stuitje en een tussenkraal.
In vb2 zie je nog een andere mogelijkheid voor een reeks van pellets.


Nog een andere montage met meer pellets


 

Met de dobber op meerval
 
Als je al denkt dat de meerval alleen op de bodem voorkomt, dan heb je het mis. Wanneer een meerval op jacht gaat, dan verlaat hij zijn standplaats en is dan in alle waterlagen te vinden. Dobbervissen is niet alleen een actievere manier van vissen, het is in bepaalde omstandigheden ook effectiever. De resultaten gaan vaak samen met de omstandigheden. De gebruikte methode verschilt daarin weinig van het dobbervissen op snoek. Alleen wordt nu geen gebruik gemaakt van staaldraad maar van dacron als onderlijn en zijn zowel de trekkracht van de lijn als de haakgrote aangepast.
Net als bij snoeken merk je vaak aan de zenuwachtige bewegingen van de aasvis of er een meerval in de buurt zit. Zelf kies ik voor het vissen met een dobber alleen omdat ik het leuker vind.  
Dobbermethode driftend/slepend/geankerd:
Alle materiaal en lijnen moeten ook in trekkracht aangepast worden aan het gewicht van de te verwachten vissen. Onder een zware dobber, met een drijfvermogen gaande van 60 tot 200 gram (120gram is standaard)  afhankelijk van de omstandigheden en het aas, wordt een levende karper, zeelt, paling of ander aas gehangen.   
Drijvend of slepend: In de meeste gevallen gebruikt men bij het dobbervissen een boot. Dat kan slepend, maar in de praktijk is het beter om je gewoon te laten afdrijven. De aasvis wordt hierbij vlak boven de bodem, op half water of zelfs aan het oppervlak aangeboden. Op deze manier manier drijf je vanzelf wel een keer over of langs een hongerige meerval. Voor het driftend vissen op een rivier hebt u een redelijke snelle boot nodig. Voor dat u er erg in hebt, bent u enkele kilometer afgedreven. Al de tijd dat je er over doet om terug te varen is verspeelde vistijd. Een tweetal uren driften, terugkeren en herbeginnen, en dit enkele malen op een dag is ideaal. Een meerval laat zich niet vlug verstoren door een overdrijvend bootje, maar toch is het beter iets verder van de boot af te vissen, 20-30 meter is normaal en brengt relatief meer beten op. Bij driftend vissen met zijwind blaast de wind u vaak naar de oever. Dan komt een elektromotor goed van pas. Het nadeel is echter dat je een plaats moet hebben waar je de batterij geregeld kunt opladen. Roeispanen zijn een alternatief.  
Geankerd: Ankeren doe je meestal boven een veelbelovende of gekende stek. Je kunt daarbij hetzelfde dobbersysteem gebruiken als bij het drijvend vissen. Is er echter veel wind die niet met de stroming mee staat, dan zal de wind de boot constant doen draaien waardoor de lijnen over elkaar komen te liggen. De enige mogelijkheid is dan gebruikmaken van twee ankers waardoor de boot rotsvast komt te liggen tussen beide ankers in.
Voordelen van vissen vanaf een boot:
--- Je kunt plaatsen bereiken die vanaf de oever niet bereikbaar zijn.
--- Je bestrijkt een veel groter gebied en kunt de vis daadwerkelijk zoeken.
--- De oevers zijn op veel plaatsen moeilijk bereikbaar en vaak ontoegankelijk.
--- Met de combinatie boot en dieptemeter krijgt u een beter inzicht  in het
     bodemprofiel en veelbelovende plaatsen en dieptes. Bij helder water en mooi weer
     zijn de diepere plaatsen en pal tegen de bodem vaak de enige plaatsen die
     aanbeten opleveren. Die kun je dan met de boot opzoeken.
--- Drijfvuil, je kunt er soms wanhopig van worden en het maakt vissen met het
      boeiensysteem soms zelfs onmogelijk. Vis je driftend dan drijf je gewoon met het
      vuil mee en heb je er nauwelijks last van. 
--- Drijfvuil, zelfs op anker ben je dan nog in het voordeel. Even binnendraaien, vuil
      verwijderen en weer laten vieren. Dat is bij het boeiensysteem wel anders !

Meerval dobbermontage/slepend/drijvend/vast  

VB1 - Deze montage kan zowel met een schuifdobber al of niet met centraal gat, of met een vaste dobber. Als aasvis gebruikt men karper, zeelt of paling.
Het draagvermogen van de dobber is normaal rond de 120 gram, maar kan afwijken volgens het aas en de omstandigheden. dobbers zijn er van 80 tot 200 gram.
VB2 - Een montage uitgevoerd met een speciale sleep/drift dobber die mooi stabiel op het oppervlak drijft. Met deze laatste gebruikt men vaak een takel in de plaats van een enkele haak.
Meerval/Verankerde dobbermontage
Voor het vissen vanaf de oever kunnen we evengoed gebruikmaken van het gewoon dobbersysteem.  Alleen mag er dan geen stroming zijn waardoor de dobber constant tegen de oever aangedrukt wordt. De wind kan soms hetzelfde resultaat geven, maar we kunnen er ook gebruik van maken om een groter gebied af te vissen door op de wind mee te drijven. Een beter systeem is door dobber te verankeren met een bodemlood.  Hierbij  wordt de lijn voorzien van een zwaar voor-schuiflood dat het tuig ook bij harde wind en stroming op zijn plaats houd. Na het inwerpen wordt de lijn gevierd tot de dobber het oppervlak bereikt. Het aas kan zowel tegen de bodem als ondiep aangeboden worden.  Groot nadeel van deze montage is dat we eerst op het voorschuiflood aanslaan wat bij VB2 niet het geval is. Hier is gebruik gemaakt van een ballon als dobber en wordt het aas steeds op geringe diepte aangeboden. 
Bij een aanbeet wacht je niet met aanslaan zoals bij snoek, een meerval slokt de aasvis in één keer naar binnen, en wachten kan alleen leiden tot een diep gehaakte vis. 
  
VB 1Met voorschuiflood.     VB 2 met drijvende Ballon.  

Het boeiensysteem
 
Met behulp van het zeer populaire boeiensysteem kan je 24 uur per dag gericht op meerval vissen. Het grote voordeel is dat je altijd comfortabel kan vissen in weer en wind, overdag en bij nacht. Het is een vrij statische en passieve manier van vissen waarbij je sterk afhankelijk bent van de activiteit van de meervallen om je aas te vinden. Het is daarom van het grootste belang een strategische plaats uit te kiezen om een zo groot mogelijke kans te maken. Het is echter een zeer doeltreffend systeem gebleken en is dan ook in veel plaatsen het meest gebruikte meervalsysteem.
Werkwijze:
Om te beginnen plaats je de hengel in de hengelsteun met de top goed omhoog. Liefst zo hoog dat de lijn tussen hengel en boei na het strak draaien nooit het wateroppervlak raakt. Het best is een steun waar je ook een elektrische beetverklikker aan kan bevestigen. Vervolgens roei je de lijn uit terwijl je vismaat de hengels en het aflopen van de lijnen controleert. Op de visstek veranker je een boei met een gewicht (bv een grote steen) Dit doe je op de volgende manier: Je rijgt het touw met de steen door het oog van de boei. Wanneer je nu het gewicht samen met de boei overboord zet zal het touw door het oog van de boei glijden tot de steen de bodem bereikt. Dan druk je de boei iets onder water en maakt de lijn vast. Op deze manier staat de boei mooi strak in het water, maar ze moet na het knopen wel mooi zichtbaar zijn aan het oppervlak.  Stijgt of daalt het water tijdens de vissessie, dan moet je de lengte van de boeilijn wel aanpassen. Aan de boei komt nu een lijn van ongeveer 1 meter met een polyballetje en een klip. Aan de hoofdlijn van je hengel is een wartel bevestigt met hieraan een breeklijn van ongeveer 7 kg nylonlijn en circa 1.5 meter lang. Deze breeklijn maak je nu vast aan de clip van het polyballetje. Nu kan de lijn tussen hengel en boei strak gespannen worden en wel zo dat de hengel diep doorbuigt. Op de hoofdlijn zit een wartel met daaraan reeds bevestigt een onderlijn van ongeveer 1.5meter met circa 50gram lood en een speldwartel om af te sluiten. Aan deze speldwartel kun je nu in alle rust de eigenlijke onderlijn met het aas aan bevestigen. Zo is het gemakkelijk om eventueel het aas te verversen of om onderlijnen aan te passen. Let er wel op dat de totale lengte van de aasonderlijn korter is dan de afstand tussen breeklijn en boei. Dit om te voorkomen dat de aasvis zich om de ankerlijn van de boei kan vast zwemmen.  De lengtes van onderlijnen en breeklijnen kunnen naar behoefte aangepast worden, maar let er op dat de verhouding steeds klopt. Het vb maakt een en ander visueel duidelijk.
Extra aandachtspunten:
Heel belangrijk is de grootte van de boei en het gewicht van de boeiverzwaring (steen)Hoe meer stroming en hoe groter de afstand, hoe groter de boei en de verzwaring. Neem de breeklijn ook niet te dun, minstens 5kg. Ze mag pas breken wanneer een meerval zichzelf gehaakt heeft. Een te dunne lijn heeft alleen maar problemen en breekt vaak door de spanning of door drijfvuil.
Je kan op verschillende dieptes vissen, maar zeker voor grotere meervallen is een diepte van 0.5 tot 2 meter het best.

              
1 Boeiensysteem meerval met dobber/2 boeiensysteem zonder dobber en met zelfmaakboei
   
3 Polyball (zie artikels: meerval polybal)/4 Boeien


1- Boeiensysteem met gekochte boei en steen verzwaring
2- systeem met bevestiging op de andere oever 
 

In VB 1 is gebruik gemaakt van een lege plastiekfles als boei maar het kan ook een jerrycan of afsluitbaar emmertje zijn. Op reis en in noodgevallen een goede oplossing. Tegenwoordig zijn er echter boeien te koop of je kan er een zelf fabriceren (Zie artikel meerval zelfmaakboei) die gemakkelijker zijn in gebruik.
De aanbeet:
Als een meerval toeslaat, haakt hij zichzelf en wordt de hengel krachtig naar beneden gerukt. Kom niet in de verleiding onmiddellijk aan te slaan. Meestal zwemt de meerval de breeklijn door. Een terugverende hengel heeft dit aan. Nu kan voor alle zekerheid de haak nog even goed gezet worden.
Voordelen:
Het is een zelfhaaksysteem. Je kunt dus 's nachts doorvissen terwijl je slaapt. Daarbij is het met dit systeem mogelijk meerdere aasvissen op verschillende diepten en op vaste plaatsen aan te bieden, zelfs in stromend water. Dit alles zonder problemen met lijnen die in de war geraken.
Nadelen:
Voorbijdrijvend vuil haakt zich soms achter de aasvislijn en "begraven" op die manier de aasvis. Als dat gebeurd moet je met de boot het aas controleren. Wat vooral bij nacht vervelend kan zijn. Een gehaakte meerval kan natuurlijk ook rond de boeilijn zwemmen. Tenslotte zijn er nog voorbijvarende boten die geen flauw benul hebben van wat die boeien in het water betekenen en doodleuk over de lijn varen. Een fluitje om deze argeloze passanten te waarschuwen is geen overbodige luxe. Bij nacht heb je hier echter geen last van. 
Bevestiging op de andere oever.
Een nog gemakkelijker variant op het boeiensysteem is om de breeklijn op de andere oever te bevestigen. Dat kan aan een boom zijn, maar ook een lange paal die je op de andere oever in de bodem steekt. Verder blijft de techniek hetzelfde of met een boei. (zie fig bij boeiensysteem)

Bodemvissen
 
Het vissen op de bodem is een bij ons meer gebruikelijk systeem, maar er wordt wat minder over gepraat als over het boeiensysteem, wat niet wil zeggen dat het niet even goed is. Het vraagt bijlange na niet zoveel voorbereiding als het boeiensysteem, maar heeft als nadeel dat het aas altijd op of tegen de bodem aangeboden wordt. De lijn kan in dit geval uitgeworpen worden (kleinere aassoorten) maar meestal vaart men ook met deze methode het aas uit met een boot tot boven de gewenste visstek.  Het is zeker in het voorjaar, wanneer de meervallen de kanten afstruinen op zoek naar plaatsen waar de vissen net gepaaid hebben een productieve visserij. Maar ook op andere momenten azen de meervallen vaak dicht onder de oever zoals bijvoorbeeld s'avonds of bij hoog water en dan is ver vissen vaak nutteloos. Daarbij heb je met dit systeem geen last van voorbijvarende boten of drijfvuil. 
Als hengel gebruiken sommigen hiervoor zware karperhengels maar ook hier is een uptide of speciale meervalhengel een betere keuze. 
Je kan in principe om het even welke bodemmontage gebruiken zoals bij het snoekvissen, maar ook veel karpersystemen blijken goed te werken. Pas dan wel de lijndiktes aan voor meerval.
Krijg je een aanbeet bij het bodemvissen, dan sla je liefst zo snel mogelijk aan want een meerval slokt de aasvis in één keer naar binnen en haakt zich meestal niet zelf.
Bij zeer sterke stroming kan je de aasvis het best gewoon door de neus haken. Bij stilstaand of langzaam stromend water is het beter om de vis net achter de rugvin te haken.
Plaats de rigs bij stroming wel steeds schuin stroomafwaarts, dan heb je minder kans dat de aasvis in de hoofdlijn verstrengeld raakt. 
Gewone bodem roofvismontage
Dit voorbeeld is een vrij veel gebruikte schuifloodmontage voor een dode aasvis op snoek en snoekbaars.  Maar het principe blijft hetzelfde, alleen zijn de lijndikte en haak aangepast voor meerval. In het voorbeeld is gewerkt met een dode aasvis, maar het kan evengoed, zoniet beter met een levende aasvis of ander aas zoals wormen of inktvis.
De manier om een aasvis te bevestigen kies je volgens voorkeur.
Drijvende bodem aasvismontages
Levende aasvis heeft vaak de neiging om levenloos stijf tegen de bodem te gaan liggen. Niet het ideaal voor iemand die zijn aas goed zichtbaar en attractief wil aanbieden. Het is dan ook vaak beter om de aasvis een stuk boven de bodem aan te bieden of zelfs op half water, waar de aasvis in de stroming vrij beweegt.
Hiervoor zijn dan ook verschillende systemen ontwikkeld met onderwaterdobbers, polybals, polystyreen in of aan de aasvis of een andere materiaal als het maar drijfvermogen heeft.
In een opzichtige kleur geschilderd is het tevens een bijkomend visueel lokmiddel voor de meerval. Dat kan een felle kleur zijn, maar evengoed wit of fluorescerend. Sommigen plaatsen zelfs draaiende schoepjes zoals deze voor een kunstaas tussen twee drijvertjes in om wat bijkomende herrie te maken in de stroming.  Ook de  fabrikanten speelden hier op in door kleine ratelaars aan te bieden die op de onderlijn bevestigt worden. Het is zelfs mogelijk om kleine flitslichtjes te gebruiken bij het nachtvissen of breekstaafjes die aan de onderlijn bevestigt worden.
Hieronder enkele voorbeelden van drijvende bodemmontages:
Montage met U-Float van SPRO
Deze onderwaterdobber bestaat in 2 diameters. Deze montage moet wel ingeroeit worden, werpen is niet mogelijk.
De hoofdlijn loopt schuivend door de onderwaterdobber waardoor de meerval ongehinderd met het aas kan wegzwemmen. 
Je kan de dobber met een breeklijn aan de steen fixeren of zoals in het voorbeeld met een lijnclip zoals de biggamevissers gebruiken. In ons land niet te krijgen, wel via internet. Als aas kan zowel een aasvis, inktvis of wormen gebruikt worden.
Als hoofdlijn gebruiken we het best gevlochten lijn met een trekkracht van 40-50 kg en als onderlijn 80 tot 120cm  kevlar van 150-200 LB.
Als extra attractie kan een ratelaar op de onderlijn bevestigt worden.
De grote van de onderwaterdobber hangt af van de grootte van de aasvis en de stroming.


U-Float

Opstelling voor u-Float en voor onderwater dobber rig 

Onderwaterdobber rig
Klik op de afbeelding voor een vergroting
Zwevende roofvistakel met onderwaterdobber

of drijflichaam

Deze montages kunnen statisch gevist worden, maar zijn ook geschikt om er regelmatig mee te verslepen en zo de bodem af te zoeken. Er is gebruik gemaakt van een onderwaterdobber van fox en iedere verbinding is afgewerkt met een siliconen slangetjes. Vb 1 is meer geschikt voor een obstakelvrij bodem
vb 2 is dan weer meer geschikt bij oneffen bodem of om een onderwaterhelling  mee af te vissen.



 
Zwevende montage voor aasvis of ander aas
Klik op de afbeelding voor een vergroting

Geschikt voor zeer langzaam stromend of zelfs stilstaand water.
Deze combinatie van bodemlood met een onderwater dobber is zowel geschikt voor diepe meervalgaten als voor warmere jaargetijden wanneer de meervallen in de ondiepere rivierdelen jagen. Met deze montage verankerd men het aas op een vaste plek en bied men het goed zichtbaar aan. De hoogte waarop het aas aangeboden wordt hangt af van de lengte van de onderlijn en de stroomsnelheid. Het aas beweegt hierbij in de stroom op een attractieve manier. De afstand tussen onderwater dobber en aas mag zelden meer dan 20 cm bedragen, zodat het niet door de stroming naar beneden gedrukt wordt. Als extra attractie kan een dobber gebruikt worden die binnenin voorzien is van kogeltjes en zo een ratelend geluid maakt. Bij deze montage krijgt men ook minder te maken met bijvangsten, wat zeker bij het gebruik van een tros  wormen of kleinere aasvis zijn voordeel heeft.

Nog enkele andere zwevende montages.
Klik op de afbeelding voor een vergroting
 

Polybal montages   

Je kent ze wel die polystyreen balletjes die zowat in elke hobbywinkel te koop zijn. Ze hebben de eigenschap zeer goed te drijven en zijn goedkoop. Hierop zijn deze montages dan ook gebaseerd.
Montage 1
Hier zorgt een stif rig tube samen met de polybals ervoor dat de aasvis niet verwikkeld raakt in de onderlijn. De polybals worden op de tube gelijmd met speciale polyethyleen lijm. Deze montage is zeer geschikt voor relatief ondiep water waar de aasvis net onder het oppervlak aangeboden wordt door lijn te geven na het inwerpen.

Montage 2  
De simpelste. Hiermee kan je het aas net boven de bodem aanbieden. De grote van de polybal hangt af van de grote van het aas.
Montage 3
Deze montage is eigenlijk een drijvende karper helikopter rig. Hiermee kan de aasvis vrij bewegen rond de hoofdlijn. Geschikt voor dieper water waarbij je tot halfweg de diepte nog steeds onweerstaanbaar je aasvis aanbied.






 


 
Meerval Inktvis/Octopus montages

In Vb 1 is voor de duidelijkheid gebruik gemaakt van een siliconen inktvis, maar de bevestiging kan evengoed en is eigenlijk bedoeld voor verse inktvis. Er is gebruik gemaakt van een 1meter lange 0.75 dikke kevlar onderlijn en 2 eagle wave meervalhaken 6/0.
Steek de haken volgens tekening 1 door de inktvis. Steek de achterste haak terug door het gaatje en laat hem nu achteraan uit het lijfje steken.
Steek daarna de glijdende haak ook terug door het gaatje en laat deze nu aan de andere kant uit het lijfje steken.
Leg twee halve paalsteken om het puntje aan de voorkant van het lijfje en trek de knoop aan.
VB2 Is een montage van een siliconen inktvis ca 15cm.
VB3 Is dezelfde siliconen inktvis nu gemonteerd op een lood dat in het inktvisje verborgen zit.

        
1 volledige pijlinktvis  2 siliconen octopus  3combinatie kunstaas/inktvis
 
Meerval levendaas onderlijnen






1 Klassieke onderlijn 60cm met twee enkele haken 
2 Montage voor grote aasvissen als karpers van 30-40 cm.
3 Idem als 2, maar de enkele haak nu verplaatsbaar gemonteerd door de lijn gewoon door het haakoog te halen en de haak vervolgens te fixeren met een stukje aansluitende siliconenslang.
34Montage voor kwetsbare aasvissen waarbij de eerste haak door de lip komt en de tweede achter de rugvin.

 Aasvis takel montages Roofvis

Bij aasvistakels voor slepend of statisch vissen zorg je er steeds voor dat de haken zo geplaatst zijn dat je aasvis natuurlijk in het water staat, en dat je vrijwel direct na de aanbeet de haak kunt zetten. Hieronder enkele voorbeelden voor verschillende doeleinden. Afb. 4: bait boom montage. Afb 5 Met schuivende enkele haak.

   
 

 

Tip voor levende aasvis 
Het gebeurd soms dat de vis er wel zit, maar vertikt om de aasvis te nemen. In dat geval lokt het gebruik van deze tip wel vaak een aanbeet uit. Het principe is simpel. Knip een deel van de staart weg. Vermijd echter te diep knippen waardoor de vis gaat bloeden ! 
Hierdoor zwemt de aasvis op een vrij onnatuurlijke manier wat de luie rovers toch tot aanbijten verleid. 

Levende aasvis haakmontages  

Afhankelijk van de manier van vissen, of de wijze waarop de roofvis die dag het aas neemt, kies je voor een passende bevestiging van de haak. De enkele haak kan indien je dat noodzakelijk acht ook vervangen worden door een dreg.

  1. De liptakel is geschikt voor zowel stromend als stilstaand water. In de stroming zorgt deze manier ervoor dat de aasvis natuurlijk beweegt. Bij het slepend of werpend vissen zwemt de vis in de juiste richting.
  2. De rugtakel waarbij de haak zowel voor of achter de bovenvin kan geplaatst worden is de manier om met een dobber te vissen, waarbij de aasvis boven de bodem aangeboden wordt. Ook met levend aas een van de beste manieren. Wel meer geschikt voor stilstaand en rustig stroom of lichte drift. Bij stromend water zwemt het aas op deze manier onnatuurlijk.
  3. De manier om te vissen met een op de bodem verankerd aas door gebruik te maken van een schuiflood.  Ook uitstekend geschikt als je de dode aasvis als pop-up gebruikt. Dit wil zeggen, hem drijvend maakt met een stukje piepschuim of dergelijk in de vis zelf. Zo komt hij mooi boven de bodem te hangen.


 


Viskop rig
Een viskop is een alternatief en vaak selectief aas voor grotere vis bij het bodemvissen. Vaak wordt hierbij de haak gewoon door de neus of in het bovenste deel van de kop gehaakt. Een beter en natuurlijker ogende montage is echter onderstaande.
Maak eerst een glijdende haak rig (zie glijdende haak knoop). Breng de haken in zoals op de figuur. Haak de bovenste haak niet te diep in de viskop maat slechts door de opperhuid. Let er op dat de draad tussen haak een en twee onder de haakpunt ligt. Trek dit stukje draad ook strak aan met de glijdende knoop.


 


Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.