Home   Email  

 

 

Vissen op...
Snoekbaars
Snoek
Zeelt
Karper
Brasem
Baars
Barbeel
Paling/Aal
Roofblei
Meerval
Vijverforel
Voorn
Droomvissen

 

 

Vissen op  Barbeel

Klik op de afbeelding voor een vergroting  

AlgemeenTechniek 1techniek 2techniek 3Artikels

Barbeelvissen techniek 1
 

De laatste jaren is de barbeel bij sportvissers aan een comeback bezig. Dat hij in steeds meer stromende waters in grotere aantallen voorkomt is daar niet vreemd aan. Als sportvis staat de barbeel in hoog aanzien vanwege zijn kracht.
De vaak lange runs, waarbij meters lijn van de spoel verdwijnen, afgewisseld met rustpauzes, waarbij de vis geholpen door de sterke stroming, op de bodem blijft liggen, zorgen voor de nodige sensatie na een aanbeet. Daarbij vecht hij tot in het landingsnet.
 

Visstekken
In België is de barbeel altijd reeds in redelijke hoeveelheden aanwezig geweest in de maas en zijn zijrivieren zoals de Ourthe, Semois, Lesse, Sambre en Ambleve.
In Nederland zijn enkele goede barbeelrivieren waaronder: de Waal, de IJsel, Grensmaas, de Neder Rijn en de Lek.
Maar natuurlijk zijn er buiten Nederland en België nog talrijke andere goede barbeelwateren. En ik denk daarbij in de eerste plaats aan Duitsland, Engeland, Frankrijk en Spanje.

(zie ook artikels)
Basisregels:
Op de bodem. Misschien dom om hier te vermelden, maar het is nu eenmaal zo.
Een barbeel vang je alleen als je op de bodem vist. 
Stromend water, is een eerste vereiste. Barbeel houd in de eerste plaats van zuurstofrijk water en wervelende stroming, vaak veroorzaakt door obstakels in het water. Kribben, rotsblokken, dammen, stuwtjes, omgevallen bomen, kleine stroomversnellingen en alle andere zichtbare en onzichtbare niveau verschillen zorgen daarvoor.
Achter of rond die obstakels heb je vaak een stuk stilstaand water waar meegesleurd voedsel bezinkt en dat weet ook onze barbeel. Die plaatsen doen ze dan ook regelmatig aan als ze foerageren op zoek naar voedsel.
Als visser kan je die plaatsen gemakkelijk lokaliseren, je hoeft alleen goed te kijken.
Je ziet het water aan het oppervlak bewegen en vaak zie je ook de reden waarom.
Zeker op ondiepe waters is dat goed zichtbaar. Om die reden kan het nuttig zijn eens enkele viswaters te observeren bij lage waterstand en dan hiervan enkele notities te maken.
Dus simpelweg, daar waar je wervelingen ziet aan het oppervlak, daar ben je als barbeelvisser naar op zoek.
De Bodem. Iets moeilijker te zien, maar even belangrijk is de ondergrond.
Barbeel heeft namelijk een voorkeur voor een harde bodem. Liefst bezaaid met kiezel. Verder zijn mosselbanken ook een hotspot.
Diepe gaten. Vaak liggen de barbelen in de diepere gaten in de nabijheid van een felle stroming. Zeker als het iets kouder wordt zijn ze daar vaak in grote aantallen te vinden. Alleen is het in die periode moeilijker om ze tot een aanbeet te verleiden.
Ondieptes. Hoewel je barbeel hoofdzakelijk in stromend water en in de daar bijhorende diepere geulen kan vinden, mag je ook de ondieptes niet over het hoofd zien. Bij een plotse afkoeling van het water door bijvoorbeeld smeltwater, verplaatst de barbeel zich vaak naar de nog iets warmere ondiepe beschutte plaatsen.
Ook het aanbod van voedsel zoals het massaal voorkomen van muggenlarven kan hiervoor een reden zijn.
Dus lukt het niet in de stroming, probeer het dan hier eens. Vissen is immers nog geen exacte wetenschap.  
Op zicht. Zeker op ondiepe waters zoals in de Belgische Ardennen zijn barbelen vaak te spotten. Hun oplichtende buik verraad vaak hun aanwezigheid tijdens het foerageren.
Extra:
Dat barbeel goed te vangen is op hard stromend water en in buitenbochten is zo'n beetje algemeen bekend, maar vaak vang je op deze stekken wel veel maar zijn de afmetingen ook iets kleiner. Grote barbelen geven immers vaak de voorkeur aan plaatsen waar de stroming juist iets minder is. Als de bodem op die plaats dan ook nog wat onregelmatigheden vertoont, of bezaaid is met mossels is dit juist vaak een topstek voor +75 cm barbelen.
Dus ik zou zeggen pin je niet vast op de populairste stekken maar probeer ook eens een alternatief.
  
Visseizoen 

Barbeel is een seizoenvis. Alhoewel ook gans het jaar te vangen is het zo dat met het zakken van de watertemperatuur onder de 12 graden de kans om nog barbeel te vangen steeds kleiner wordt. Uitzonderingen bevestigen de regel, maar reuze vangsten moet je dan heus niet meer verwachten.
Door de kou zoekt de vis immers de diepere gaten op waar hij bijna bewegingsloos de winter doorbrengt. Het is trouwens niet exact geweten hoe en waar de barbeel overwinterd.
In kleinere rivieren is de kans op de vangst van een barbeel in deze koudere periodes beduidend groter. Feit is echter dat je in deze tijd veel uren moet maken waarbij je alleen kan hopen dat een barbeel je aas neemt. 
Uit vangstmeldingen is gebleken dat het eigenlijk barbeelseizoen loopt vanaf mei tot oktober met een top in augustus. 

Aas
Kaas, kokerjufferlarven, lunchmeat, maden, casters, wormen, meelwormen, larven,  maïs, boilies en pellets zijn zowat het grootste deel van de aassoorten waarmee je barbeel aan de haak krijgt. Kaas en kokerjufferlarven zijn het oudste bekende barbeelaas, waarbij kaas veruit het populairst was. Ik zeg wel was, zeker omdat met de komst van pellets dit aas iets aan populariteit ingeboet heeft.
Afwisselen en variëren van aas heeft meestal het beste effect.
Het is nu eenmaal zo dat ook barbeel vaak een bepaalde voorkeur aan de dag legt en je nooit op voorhand weet wat dit is.
Vaak mengen vissers allerlei geurtjes in het aas en lokaas, maar vissen hebben weinig of geen geur. Ze beschikken daarentegen over zeer goede smaakreceptoren waarmee ze hun voedsel opsporen. Zeker barbeel is daar een specialist in. Hij weet zelfs in het zand verborgen voedsel op te sporen.
Hier dan ook enkele mogelijkheden.
Pellets & Boilies 
Het beste barbeel aas van de laatste jaren en nog steeds vaak onderschat door de fervente kaasvissers. Zowel in de Belgische Ardennen als in Nederland is het een topaas.
Er zijn talrijke soorten pellets en welke de vis of de visser prefereert is niet echt voorspelbaar en een eigen keuze. Soms moet de barbeel eerst wel wennen aan een nieuwe smaak.
Enkele belangrijke punten zijn:
Dat ze smaakvol zijn en deze smaak ook gedurende langere tijd afgeven.
Even belangrijk is dat je weet hoelang bepaalde pellets aan de haak blijven.
Wanneer de buitenkant egaal van structuur en kleur is, dan is het meestal een harde pellet. Deze blijven lang intact, waarbij 24 uur geen uitzondering is.
Is de pellet broos aan de buitenkant of heeft hij meerdere kleuren dan brokkelt hij al  binnen de 30 minuten af. Er zijn ook zachte pellets en ook deze hebben slechts een beperkte levensduur.
Maar elke pellet lost op in water en dat is ook de bedoeling. Het is juist het oplossen dat vis lokt.
Om het smaakspoor en de levensduur nog wat te verlengen kan je de pellets die je gebruikt als haakaas een nachtje in visolie weken. De pellets zuigt zich hiermee vol en hierdoor verdubbeld de levensduur, maar veranderd wel de smaak.
Er bestaan ook kant en klare barbeelpellets, onder andere van M&M en Dynamite Baits om er enkele te noemen.
Een van de beste blijft trouwens de Halibut pellet op basis van vismeel en visolie.
Maar ook in het assortiment van karperboilies en pellets is er een uitgebreide keuze, en dit in talrijke formaten. Je kan kiezen vanaf miniboilies tot 22 millimeter, waarbij het opvalt dat je met de grootste gericht op grotere exemplaren kan vissen.
Kaas
Het klassieke aas voor barbeel en nog steeds een uitmuntend aas in zowat elk barbeelwater. Het is een natuurproduct met veel vetten en enzymen dat tevens een fantastisch smaakspoor heeft. Hou er echter wel rekening mee dat hoe kouder het is hoe minder smaak de kaas zal afgeven. Dat is trouwens ook de reden waarom ik kaas als maaltijd voor mezelf een halfuurtje vooraf uit de koelkast neem.  
Belegen of jonge kaas houd het best aan de haak. Oude kaas is te brokkelig en te hard. Welk merk je neemt is van weinig belang en ik kon geen uitgesproken voorkeuren constateren. Zelf vis ik het meest met jonge vette kaas, met komijnekaas en met Babybell kaas. 
Kaas vis ik op de haak aan een dreghaak geregen of ik maak gebruik van een hairmontage.
Soms prepareer ik kaasblokjes vooraf thuis en stop ik ze in plastiekzakjes om ze aan het water te gebruiken. Zo week ik ze vaak in melk of doe er kruiden bij.
Een gedeelte van de kaas laat ik intact en gebruik ik dan voor in de voerkorf.
Lunchworst/lunchmeat 
Volgens velen een barbeelaas dat je zelden in de steek laat en ook nog steeds dressuur doorbrekend werkt. Het heeft echter een groot nadeel, het is enorm zacht van structuur waardoor het een van de aassoorten is die het vlugst van de haak of de hair afgaat.  Een blokje lunchworst blijft in het beste geval circa 1 uur aan een hair zitten. Een trucje om de buitenkant wat steviger te maken is de blokjes licht aan te bakken in een pan met wat olie of boter.
Stukjes van 1 tot 3 cm kan men gerust zo aan de vissen aanbieden.
Je kan ze rechtstreeks aan de haak bevestigen of aan een dregje rijgen met een fleurnaald.
Een veel gebruikte karpermethode is met een hair en een aasstoppertje.
Een stevige aas-stopper met een groot draagvlak is niettemin bijna altijd een noodzaak. Zo heeft fox een speciale maar wel erg grote meat stopper. Beter vind ik de meat schroef van Korum. Deze schroef monteer je aan de hair en je draait er het luchmeat blokje op.
Blokjes lunchworst kunnen behoorlijk plakkerig worden. Om dit te vermijden kan je ze bestrooien met wat neutraal poeder of je kan een extra flavour toevoegen door ze te bestrooien met een of ander flavour poeder. Je verminderd hierdoor wel de typische geur van de lunchworst maar voegt er iets extra aan toe.
Wil men echter met kleinere haken of gewoon met kleiner aas vissen, dan bied een deegje van lunchworst uitkomst. Men wrijft de lunchworst door een zeef en met wat paneermeel en bindmiddel maakt men een deegje waar uit grote en kleine deegballen gemaakt kunnen worden, zelfs geschikt voor haken tot maat 16.
Als lokaas snij ik kleine blokjes van ongeveer 0.5cm. Deze vermeng ik met partikels en schiet ik met een katapult op de visplek.
Vissen doe ik dan meestal zonder korf.

      

Maden & casters
Een selectief aas voor barbeel kan je het niet noemen, maar ik geef er niet om als ik tussendoor ook andere vissoorten vang.
Maden en casters vis ik uitsluitend aan de haak.
Voeren doe ik met een open voerkorf. Bij aanvang gaan er dan wel zo'n 15 stuks naar de visstek. Tijdens het vissen gebruik ik een gesloten voerkorf voor maden en een halfopen voerkorf voor casters en ook dan wordt de korf regelmatig binnengedraaid en opnieuw gevuld.
Een visdag vraagt dan ook een grote hoeveelheid. Soms gebruik ik dan ook tussen de 3 a 5 liter. 

Kokerjuffer en andere larven:
Kokerjufferlarven zijn een van de succesvolste alternatieve aassoorten die ik vaak gebruikte in onze Ardennen. Barbeel, kopvoorn, forel, en snepen zijn er dol op.
De larven leven in "huisjes" gemaakt van takjes en stenen met een lengte van 2 tot 4 cm. Je vindt ze vanaf het voorjaar tot in de herfst in zuurstofrijke rivieren en beken. Meestal vindt je ze gemakkelijkst aan de onderkant van hout of stenen die op de bodem liggen. De kokertjes verzamel en bewaar je in een doos vochtig mos. Je kunt ze zo als aas gebruiken, maar meestal breek je het kokertje open en trek je er de larve voorzichtig uit. Prik de haak in het zwarte kopdeel.
Een alternatief zijn andere larven die je bij gespecialiseerde leveranciers kan kopen en die vaak evengoed werken. Te koop bij onder andere Bait-shop 

Lokaas
Voeren op barbeel is niet altijd nodig. Ze zwemmen steeds op zoek naar voedsel en door hun sterk smaakvermogen bespeuren ze het aas op grote afstand. Zeker als je trottend vist kan je best zonder lokaas.
Maar zoals de meeste vissers gebruik ook ik bijna steeds een of ander lokaas. Zelfs bij het trottend vissen, al bestaat dat dan meer uit wat los in de stroming gevoerd lokaas. Meestal is dit dan gelijkaardig aan mijn haakaas, zoals stukjes kaas, maden en maïs. Maar het kan ook bestaan uit mini pellets, partikels, hennep of zelfs gebroken pellets of boilies.
Anders is het natuurlijk als je statisch op de bodem of met de voerkorf vist. Dan kan je niet zonder een lokvoer. Er zijn talrijke mogelijkheden en samenstellingen die je zelf kan mixen.
Maar je kan ook reeds verschillend kant en klaar lokvoer kopen, en met het steeds populairder worden van het barbeelvissen zullen er daar wel steeds meer bij komen.
Vaak zit er in dit grondvoer kaasextract verwerkt.

 
 

Vis ik met pellets dan voer ik als volgt: 
Als eerste voer ik met droge pellets. Hiervoor gebruik ik grote voerkorven met een gewicht van 150 tot 200 gram. De voerkorf wordt gevuld met hele of gebroken pellets en daarna worden de beide uiteinden verzegeld met wat klevend lokvoer.
Hierdoor blijven de pellets in de voerkorf tijdens de worp en het afzinken.
De hoeveelheid hiervan is veranderlijk en kan gaan van enkele korven tot een tiental.
Is de barbeel op de voerplek toegekomen dan schakel ik over op vooraf geprepareerde voerpellets. Ongeveer 400 gram pellets met eventueel een extra attractor zijn hiervoor een tiental minuten in water geweekt.
Deze pellets worden hard in de voerkorf geperst en blijven hierdoor minimaal een uur in de korf zitten. Als er ondertussen geen aanbeet was !
Deze pellets lossen slechts heel langzaam op en af en slechts af en toe komen er stukjes los.
De barbelen kunnen zich hieraan niet verzadigen en blijft er hierdoor alleen de haakpellet als alternatief.

Op stekken waar ik geregeld vis voer ik vaak ook enkele dagen vooraf.
meestal is dat dan met 22mm pellets.
Per voersessie werp ik dan zo'n 5kg pellets in. Dit gedurende 3 dagen.
De 4de dag vis ik dan op de voorgevoerde stek, waar ik nu nog slechts wat sporadisch haakvoer op strooi.
Meestal heeft dit een vrij goed resultaat met meer dan behoorlijke vangsten en vaak niet de kleinste barbelen.
 
Vistechnieken
Je kan barbeel op allerlei technieken vangen, van vaste hengel tot vliegenhengel.
Bij het gros van deze technieken is de vangst van barbeel echter occasioneel.
Ik behandel hier dan ook alleen deze waarbij je gericht op barbeel vist, wat natuurlijk niet wil zeggen dat bijvangsten niet kunnen voorkomen, maar deze zijn dan een leuke afwisseling.
In de eerste plaats is dat het vissen met de feederhengel en het vissen met de matchhengel of bolognese hengel. 
De keuze met welke techniek je vist is afhankelijk van de rivier waarop je vist, de waterstand en natuurlijk je persoonlijke voorkeur.
Deze komen dan ook uitgebreid aan bod in de volgende hoofdstukken.
 

AlgemeenTechniek 1techniek 2techniek 3Artikels

Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.