Zeebaars / Dicentrarchus labrax
|
|
Leefgebied / Gedrag |
|
Max lengte/gewicht : circa 1meter en 9 kg . De wettelijke
minimummaat bedraagt 36cm . Leefgebied : De Noordzee , de Britse en Ierse
wateren , en de Middellandse zee . De zeebaars heeft vooral een voorkeur voor
rotsen , havenhoofden en strekdammen . Maar de grootste populaties vind men
toch op de scheepswrakken in zee . Belangrijkste prooivissen zijn zandspiering ,
smelt en haring , maar ook inktvis , krabben en kreeft . Bij het naderen van de
winter verlaat de zeebaars de kustwateren om in het warmere water ten zuiden van
Engeland en nabij de Franse kust te overwinteren . Er is echter weinig met
zekerheid bekent over de biologie van deze vissoort . De voortplanting zou in april-mei plaatsvinden op een diepte van ongeveer 20 meter .
De zeebaars is hoofdzakelijk een zomervis van mei tot november , al moet men dat begrip erg ruim
nemen .In Ierland is dit eerder midden winter jan-feb.
Bij obstakels met een flinke stroming is de zeebaars vaak bijzonder actief .
Vermijd dus stukken waar het zeewater nagenoeg stilstaat .
|
|
Vismethode |
Vismethoden
& Hengelmateriaal
De zeebaars wordt zowel op de klassieke
manier met de hengel in de steun en de beaasde onderlijn op de zandbodem
bevist, als actief met kunstaas, of met een dobber en het aas onder het
zeeoppervlak.
Vist men vanaf de kant, dan volstaat de vertrouwde
strandhengel van vier tot vijf meter met daarop een sterke en snelle
zeemolen. En doet de slip van die molen aan zee zelden dienst, met een
flinke zeebaars aan de lijn moet die slip wel degelijk optimaal werken.
Steeds meer zeebaarsvissers kiezen echter voor een zware tweehandige
spinhengel of karperhengel, met daarop een groot formaat spinmolen, een
karper- of lichte zeemolen, gevuld met Dyneema.
Een klassieke kantmontage is een relatief fijne bodemmontage waarmee
vaak heupdiep in de branding wordt gevist . Aanbeten worden op gevoel
geregistreerd door de vislijn tussen de vingers te houden . Als aas
gebruikt men hier meestal krab , zandspiering , wormen of zagers .
Lood en onderlijnen worden eigenlijk alleen voor het 'statisch'
zeebaarsvissen in muien, zwinnen en langs golfbrekers gebruikt. En vanzelfsprekend is dat in
de branding en een kolkende zee altijd ankerlood met stevige ankers. De
montage is veelal dezelfde die voor gul wordt gebruikt maar iets lichter . Bij voorkeur één
met een dikwijls meer dan een meter lange wapperlijn of een jojo en
daaraan een vlijmscherpe en moeilijk te buigen haak nr. 1/0 of 2/0. Het
gros van de zeebaarsvissers kiest voor donkergekleurde haken en bovendien
voor modellen met een middellange steel en een brede korte bocht.
Bootvissers die op
zeebaars vissen kiezen veelal voor boothengels van hooguit 2,75 meter en
geschikt voor werpgewichten van maximaal 200 gram. Voor de zogenaamde
'scholenbaars', vissen van hooguit een kilo, kan lichter hengelmateriaal
worden gebruikt .
Vanaf een boot op een Wrak vist men meestal
met pilkers van circa 100gr . Men laat de pilker gecontroleerd naar de bodem
zakken en vist hem daarna terug op deze manier : Enkele meter vlug ophalen
, enkele seconden stoppen enkele meter ophalen Dit herhaalt men 3
tot 4 keer , waarna men de pilker terug naar de bodem laat zakken en
herbegint . Zit er zeebaars , dan volgt de beet binnen de twee drie
worpen. Zo viste ik trouwens de eerste keer op zeebaars , samen met een
specialist terzake . Binnen twee uur was dit goed voor +30
zeebaarzen . Opvallend hierbij was dat er minder beten waren aan geweven
lijn , dan aan nylon lijn . En dat was volgens Johan altijd zo . Hij
beveelt een voorslag aan van zeker 10 meter nylon . Vanaf de
boot wordt ook met werplood gevist, maar dat is dan meestal een wartellood
met daarachter een lange wapperlijn, die met de stroom mee achter de boot
te water wordt gelaten.
En wordt met een dobber gevist, dan hangt daaronder een lange
haaklijn, welke eventueel wordt voorzien van enkele loodhagels.
Aas
Zeebaars is een echte rover, die behalve andere vissen ook graag krabben
eet. Vooral zachte krab is een perfect aas voor grote baars evenals
zandspiering , waarschijnlijk het enige aas dat zelfs niet hoeft te
bewegen om nog te vangen . Bij het
kantvissen met ankerlood en bij het bootvissen met lood en een lange
wapperlijn, wordt veelal voor een hele verse zager gekozen. Soms rijgt men
die geheel op de haak, maar even vaak wordt deze alleen door de kop
aangehaakt, zodat de rest van de zager blijft 'zwemmen' in het stromende
water. Zijn de zagers klein, dan kan men er meerdere op de haak prikken,
het zogenaamde 'octopusje'. Zeepieren worden in mindere mate genomen.
En wie voor kunstaas kiest, kan vele kanten
uit. Bekende vangers zijn in ieder geval shads, jigs, twisters en
combinaties van die twee, slanke lepels, pilkers en veren. Trolt men met
een boot, dan kunnen uiteraard ook pluggen worden gebruikt.
Vissen
met pluggen in ondiep kustwater
Uitrusting :
Een lichte spinhengel , of een daarvoor gemaakte zeebaars-spinhengel met
daarop een werpmolen voorzien van 28/00 nylon of een gevlochten lijn ,
met een voorslag van anderhalve maal de lengte van de hengel uit nylon
of fluocarbon .
Kunstaas vraagt vanzelfsprekend niet om speciale
onderlijnen, hooguit een stukje staaldraad of dikke lijn boven het
kunstaas.
Nog een waadpak , en je kan vissen in
kustwater .
Kunstaas :
Oppervlakte pluggen en ondiep lopende pluggen die tot max 50 cm diep
duiken zijn mijn ideaal . Er zijn honderden pluggen op de markt
die hieraan beantwoorden . Met poppers en jerkbaits kun je eigenlijk
niets fout doen . ( al kan je het ook eens proberen met een
spinner of slanke lepel )
Plaatsen :
Verwaarloos zeker het ondiep water niet ! Jagende zeebaars is niet
zelden in 25cm water te vinden . Obstakels , stenen , golfbrekers of
gewoon een wisselende bodemstructuur zijn de plaatsen om je kunstaas te
laten zwemmen . ( Opgepast bij waden nabij golfbrekers ! Niet doen ) .
|
Eigen VZie
hoofdstuk basistechnieken/lijnmontages/strandvissen
ngsten
|
|
Eigen Vangsten |
|
Tot nu toe slecht eenmaal op
zeebaars gaan vissen met de boot van Johan Demeulenaere 12/09/2005 .
Vertrokken vanuit Duinkerke , visten we op enkele wrakken in de Noordzee .
We visten met zilveren pilkers van 100 gr zoals hierboven beschreven
.Windkracht 5 maar afnemend . De Vangsten : Zeker bij Johan die een
specialist is op deze vis , was iedere worp bijna goed voor een vis . Geen echt
grote volgens Johan , maar toch ongeveer 2 tot 5 kg . Ikzelf ving er een achttal
tot 3-4 kg . Het verschil zat volgens Johan in mijn gebruik van geweven lijn
zonder voorslag ,
terwijl hij met onzichtbaar nylon viste . Zeker een dag om niet te vergeten .
|
|
|