Klik hier om naar index droomvissen te gaan

Stekelrog / Raja Clavata / Thornback ray
 

Eigen vangsten : Ierland verschillende exemplaren maar steeds kleintjes

Leefgebied / Gedrag 

Max lengte / gewicht : 105cm / 18kg
Leefgebied : Deze rog is waarschijnlijk de meest voorkomende van alle roggesoorten in Europese wateren . Het verspreidingsgebied strekt zich uit over de Oost Atlantische Oceaan van de Noord kaap tot aan de Canarische Eilanden , Marokko en Namibië . Inclusief de Middellandse zee en de Zwarte zee . Brak water wordt door deze rog gemeden .
Stekelroggen houden zich bij voorkeur op in kustgebieden boven zand en slibbodems op een diepte van 20 tot 577 meter . Uitgesproken koud water wordt gemeden . In koudere jaargetijden zoeken ze dan ook de diepere waterlagen op . Ze verplaatsen zich nooit over zeer grote afstanden . Voeding : schelpdieren ,  kreeftachtige maar ook vissen
 
Vismethode / Algemeen
Vangstseizoen :
Van mei tot oktober . Gedurende de zomer lopen de roggen vooral 's nachts of in de schemering . Het getij speelt eveneens een belangrijke rol . Het best is opkomend tij .
Voeren :
Het is een van de zeevissen waar voeren tot beter resultaat kan leiden . Ze zijn namelijk uitgesproken nachtdieren die overdag de meeste tijd in het zand ingegraven liggen . Hun reukzin is echter uitermate ontwikkeld en ze worden dan ook actief gelokt door een voerspoor . Dit kan het best met een ruby dubby . Dit is een fijnmazige zak die men vult met gemalen , liefst vettige vis . Deze wordt aan het ankertouw bevestigt zodat hij boven de bodem komt te hangen . Een apart touw kan natuurlijk ook , maar dan moet de zak wel verzwaard worden . Regelmatige enkele rukken geven aan het touw bevorderd het voer en reukspoor . Een ruby dubby moet na enkele uren ververst worden omdat de kleinere deeltjes door de stroming uitgespoeld worden en er na een tijd alleen grotere stukken achter blijven . Grondhaaien kunnen een fijnmazige zak echter in geen tijd aan flarden scheuren . Om dit te voorkomen kan een staaldraadkorf gebruikt worden . Het kan soms wel enige tijd duren voor de roggen terplaatse zijn , maar als dat gebeurd wordt dit meestal beloond met veelvuldige aanbeten . De vissen verschijnen immers meestal in groep .
Aas :
Er komen veel soorten aas in aanmerking . Meest gebruikt zijn echter garnalen en visfilets , liefst van vettige vissoorten zoals makreel . Voor grotere exemplaren kan je een kleine levende aasvis gebruiken .
Vis je met stukken vis , dan moet je het aas geregeld verversen om de reuk optimaal te houden , zo om de 20 minuten . 
Uitrusting en lijnmontage :
De hengeluitrusting kan vrij simpel gehouden worden . Een goede boothengel , liefst een iets langer uptide model , en een molen of reel gevuld voldoen uitstekend . Als lijn nemen we een trekkracht van 30kg . Zelf beviste ik deze vis regelmatig met iets zwaardere karperhengel , maar hierbij moet je dan wel de ruimte hebben . Daarbij duurt de dril ook veel langer wat dan weer betekend minder vissen maar wel topsport .
Als montage een schuifloodsysteem met een enkele haak . Het lood nemen we zo zwaar als nodig om het aas op de bodem te houden . Om in  de war raken te voorkomen kan eventueel een running boom gebruikt worden . Als onderlijn een staalkabel . De tanden van een rog maken immers gehakt van een gewone nylon lijn .

Vb van simpele bodemmontage .
zwaarte aan te passen aan de te verwachten vis . 
Beet / Dril / Landing :
De beaasde haak wordt uitgelegd in het verlengde van het reukspoor . Daarna houden we de lijn licht gespannen , zodat we direct contact hebben met het aas . Een rog zwemt in de meeste gevallen vlak boven de bodem op het aas af , om vervolgens met zijn volle gewicht boven op de buit neer te strijken . Dat merk je vaak aan het trillen van de lijn als de rog tegen de lijn zwemt , of aan een licht neerbuigen van de top als de rog op het aas gaat liggen . Het kan dan soms nog wel een minuut duren voor de rog het aas effectief in zijn bek neemt . Daarna zwemt de vis weg , maar lang niet altijd . In het eerste geval zie je dit duidelijk aan de hengel , in het andere geval kan je de lijn iets aanspannen tot je de vis voelt . Aanslaan doen we kort en krachtig waarna we de onmiddellijk enkele meter lijn trachten in te winnen om de vis iets van de grond te krijgen en te houden . Lukt dat dan kun je de dril vaak kort houden . Is de vis echter te sterk en bereikt hij de bodem , dan kan het enige tijd duren voor je hem kunt afmatten . Heb je geduld en hou je spanning op de lijn , dan lukt het na een tijd wel om hem tot zwemmen te bewegen . Ligt hij muurvast dan kan het helpen om even de gespannen lijn als een gitaarsnaar te betokkelen . Dat geping irriteert de vis waardoor hij met wat geluk begint te zwemmen . Een gehaakte rog verspeel je zelden door losschieten , het vlees rond de bek  is immers uiterst taai en de haak houd er vrij goed in . Roggen laten zich niet gemakkelijk afmatten , maar toch zijn het geen echte vechterbazen . Het is meer een langdurig gevecht op de bodem , of een steeds weer trachten die bodem te bereiken . Komt de vis aan het oppervlakte , dan is de strijd meestal gewonnen . Bij het landen dien je wel uiterst voorzichtig om te springen met de staart . Het is daarom raadzaam de rog met de rug naar beneden binnen boord te halen . Verwijder indien mogelijk de doorn op de staart met een tang of mes voor je aan het onthaken begint . Handschoenen zijn aan te raden .
 
Copyright © 2006 Noyelle Frans . Alle rechten voorbehouden .