|
Leng / Molva molva
|
 |
|
Leefgebied / Gedrag |
Max lengte / gewicht : 200cm
- 45kg
Buitenlandse benamingen :
Duits : leng - Engels : ling - Frans : lingue - Deens : lange - Noors :
lange - Zweeds : langa - Russisch : Molva - Portugees : donzela -
IJslands : langa .
Levenswijze :
Buiten het paaiseizoen zoekt de leng altijd rotsachtige plekken of
wrakken op grote zandvlakten op . Hij is tamelijk honkvast en is steeds
weer op dezelfde plaatsen te vinden . Bepaalde hengelplaatsen , ttz.
wrakken zijn dan ook wel bekend . In het algemeen geeft de leng de
voorkeur aan diep water tussen de 100 en 600 meter . Naarmate hij ouder
wordt trekt hij naar steeds dieper water . Hoe dieper , des te
groter de vissen . De leng komt slechts uiterst zelden in het
oppervlakte water . Paaien doen ze tussen april en juli . Sommige
paaiplaatsen zijn gekend en liggen vrijwel exact langs de 200 meter
dieptelijn , die loopt tussen Noorwegen en de Faeröer eilanden , rondom
Ierland tot in de Golf van Biskaye .
Leng groeit zeer snel , op zijn tweede levensjaar kan hij al 50cm lang
zijn
Voedsel :
Het is een roofvis die als hoofdvoedsel vis op het menu heeft . Verder
eet hij kreeftachtige , inktvissen , krabben en zeesterren . |
|
Vismethode |
Vangstseizoen :
Leng kan eigenlijk altijd gevangen worden . De beste tijd is gedurende
de herft en de winter , als de vis op zijn vaste standplaatsen te vinden
is en na het paaien een grote eetlust vertoont . Tijdens de paaitijd
zijn deze plaatsen vaak verlaten of men vindt er alleen kleine vis . Dan
moet men het geluk hebben een school te ontdekken op de paaiplaatsen
langs de 200 meter grens . Bij het hengelen boven wrakken is opgemerkt
dat de vis erg actief en bijtlustig is , als de stroming bij vloed op
zijn hoogtepunt komt . Hoe sterker de stroming , hoe groter de de kans
op aanbeten .
Vangstmethode / materiaal / aas
Wil men grote leng vangen , dan denken we aan de wintermaanden met
steeds ruwer wordende zee . Daarbij zware loodgewichten om op grote
diepte , tot 200 meter te vissen . Bovendien moet je rekening houden met
hevige vloedstroom . Verder moet je de goede stekken weten liggen , een
goede dieptemeter is daarbij bijna onontbeerlijk . Twee viswijzen hebben
hun waarde reeds bewezen ;
Het paternostersysteem :
Deze wordt vooral gebruikt als er vanaf
een geankerde boot bij kalm water gevist kan worden . Daarvoor heeft men
nodig : een middelmatige zware boothengel van 2.2 tot 2.5 meter , Een
hoofdlijn met een trekkracht van +- 20 kg . Bij het vissen op grote
diepte bied een gevlochten lijn een directer contact , terwijl een nylon
lijn minder weerstand ondervindt van de stroming . Aan het eind van de
hoofdlijn knoopt men een wartel met karabijnhaak . Daaraan komt de
paternoster met een lengte van ca. 90cm . Kort bij de bovenkant en
40cm vanaf de onderkant worden de zijlijnen geknoopt . Zijlijnen en
paternoster kan men het best maken uit enkelvoudige , stijve lijn met
een dikte van 0.80mm . Deze dikte is bestand tegen de scherpe tanden van
de leng , en men kan er ook een occasionele kleine conger , die op
dezelfde plaatsen voorkomt , mee landen . Daarbij raken de stijve ca.
25cm lange zijlijnen niet zo snel in elkaar verward . Aan de onderkant
van de paternoster bevestigen we terug een wartel waaraan een klein
breeklijntje komt waar het lood aan bevestigt wordt . Dit stukje iets
lichtere lijn dient als veiligheid bij het vastraken . De ervaring leert
immers dat het meestal het lood en niet de haken zijn die vast raken ,
en men kan beter het lood verspelen dan de volledige paternoster .
Running boom met enkele haak :
Vanaf een driftende boot en als
men gericht op grotere vissen vist , gebruikt
men echter beter een enkele haak en een running boom . Op de hoofdlijn
komt een runningboom met daaraan het lood . Ook nu bevestigen we dat
weer met een klein breeklijntje .
Veel hengelaars geven bij het vissen op leng de voorkeur aan een
onderlijn uit dun staaldraad , maar dat hangt van u voorkeur af . Het
gewicht van het lood wordt aangepast aan de diepte en de stroming maar
dit is zelden lichter dan 200gr . Gewichten tot 1kg zijn niet
uitzonderlijk . Daarom maakt een buikgordel het vaak gemakkelijker om
dit gewicht telkens weer omhoog te pompen .
Aas :
Als aas gebruiken we een file van makreel
of haring . We snijden de file daarbij als een visfladdertje . Dik aan
de kant van de haak en uiterst dun aan de punt , waardoor het filetje
goed kan wapperen in de stroming . Leng reageert immers beter op
bewegend aas .
Extra tips :
Vis steeds bij de bodem . Het aas regelmatig even in beweging
brengen door het even op te trekken lokt vaak een aanbeet uit . Vis
steeds langs de kanten van een wrak , nooit op het wrak . Vis je met een
paternoster , haal de lijn wanneer deze de bodem raakt een
paternosterlengte terug naar boven . Bij het vissen met een haak trek je
twee paternoster lengtes op .
Aanslaan / dril / landing :
De aanbeet is meestal vrij fel , waardoor de vis bij goed scherpe haken
zichzelf haakt . Schiet de leng tijdens de dril los , laat het aas dan
onmiddellijk terug naar de bodem zakken . Meestal bijt de losgeraakte
vis onmiddellijk terug aan . Direct na het aanslaan vlucht de vis
richting zijn schuilplaats . Lukt hem dat , dan ben je waarschijnlijk
vis en materiaal kwijt . Je moet dus beletten dat de aan de haak
hangende vis de kans krijgt lijn te nemen . Zodra je echter een 10tal
meter lijn op de vis gewonnen hebt , kan je hem rustig laten uitrazen .
Gedurende de dril raakt de leng vlug buiten adem door het drukverschil
bij het omhooghalen . Meestal verschijnt de leng aan het oppervlakte met
de buik boven en totaal afgemat . |
|
|
|
|
|