Alver
/ Alburnus alburnus
|
 |
|
Leefgebied / Gedrag
|
|
Max 25cm - NL record 23cm - 1985 -
Algemeen in meren en rivieren .
Zwemt voornamelijk in scholen aan het oppervlakte .
|
|
Vismethode |
In wedstrijden kunnen alvers soms het verschil maken . En alver is voor
veel roofvissoorten een topaas . Om die reden vissen we er soms gericht
achter . Op andere momenten ergeren we ons aan de school alvers boven
onze visstek omdat ze het afzinkend aas voor andere vissoorten bedoelt
ongewenst aanvallen . De meeste vissers weten het echter vaak niet als
ze alvers vangen , meestal verwarren ze deze met kleine voorns . Omdat
ze vaak in grote scholen rondzwemmen , is het vaak niet moeilijk om
alvers te vangen .
De Uitrusting :
Alver zit meestal vlak bij de oever , daarom heb je dus geen lange
hengel nodig , 3 tot 5 meter is genoeg . Het best is te vissen met zeer
lichte dobbers en dunne lijnen . Dobbers met een drijfvermogen tussen de
0.4 tot max 1 gram zijn ideaal . Als lijn is 6/00. Als haak kiezen we
een maatje tussen 18 tot 24 . Neem de lijn zo ongeveer 1 tot 1.5
meter korter dan de hengellengte om tijdens het vissen de hengel niet te
moeten afbouwen .
Lokaas :
het voer moet zeer fijn gezeefd worden , en niet naar de bodem zakken ,
maar blijven wolken onder het oppervlakte . In normale
omstandigheden voeren we met een vrij droog mengsel . Ver werpen is
immers niet nodig . Is er veel wind of vis je in stromend water , dan
maak je het voer juist uiterst nat waardoor het ook onmiddellijk oplost
in het water en zo ook blijft wolken . Met melkpoeder kan het
effect van wolken nog versterk worden . Het spreekt vanzelf dat je nooit
veel voert , maar zeer regelmatig kleine hoeveelheden met vrij korte
tussenpozen . Dit zowel om de vis naar je stek te lokken , of om hem op
je stek te houden .
Viswijze :
Over het algemeen vissen we in de bovenste waterlagen , soms maar 30 tot
40 cm diep . De grotere visjes zitten meestal onder de kleintjes . Wil
je daar gericht op vissen dan groepeer je het lood dicht bij het aas ,
waardoor het vlugger door de bovenste waterlagen zakt . In het ander
geval verdeel je het lood om het aas langzaam te laten zakken . Meestal
wordt het aas dan reeds genomen tijdens het zakken . Dat uit zich in een
plat wegschietende dobber . Als aas zijn muggenlarven en pinkies ideaal .
Een enkel exemplaar hiervan op de haak is voldoende . Heb je een hekel aan het steeds
verversen van het aas , denk dan eens aan imitatie vers de vase . Hier
is dit aas zeker een aanrader .
Sommige Italiaanse vissers zijn specialisten op het gebied van alver
vissen . Ik zag ze bezig op de volgende manier : Met een overhandse worp
werd de lijn gestrekt ingegooid . Onmiddellijk werd de hengel langzaam
in een halve cirkel naar de oever toe bewogen . Als er geen aanbeet
volgde werd deze beweging herhaalt . Meestal echter volgde de aanbeet
reeds kort na het inwerpen tijdens de slepende beweging . Omdat er hier
slepend gevist werd , was de dobber iets dieper afgesteld waardoor het
aas toch op de juiste diepte gesleept werd .
Alvervissen is een snelle visserij , de visjes worden dan ook nooit
geschept , maar onmiddellijk na het haken opgetild . Om geen tijd te
verliezen bij het onthaken vissen we ook steeds met een weerhaakloze
haak . |
|
Eigen vangsten
|
|
Diiverse vangsten tijdens wedstrijdvissen .
Geen foto .
|
|