Geep / Belone belone
|

|
|
Leefgebied / Gedrag |
Max lengte / gewicht :
97cm / 1.3kg .
Verspreiding : Er bestaan 3
verschillende variëteiten . Belone belone belone : Noordoostelijke
Atlantische oceaan . Belone belone euxini : Zwarte zee en en de zee van
Azov . Belone belone acus : Middellandse zee en aanpalende deeltjes van
de Atlantische oceaan , Madeira , Canarische eilanden , Azoren . De
koude , arctische wateren mijdt hij evenzeer als de sterk verwarmde
Atlantische gedeelten .
Buitenlandse benamingen : Spaans :
agulla - Frans : orphie - Engels : garfish - Grieks
:
zargana
Levenswijze : De geep is een
oppervlakte vis die gedurende het jaar immigratietochten onderneemt naar
kustwateren om er te paaien . Het is een echte scholenvis , met een
voorkeur voor de bovenste waterlagen. Vaak zie je gepen zwemmen
rakelings onder het wateroppervlakte .
Voedsel :
Hoofdzakelijk kleinere visjes .
|
|
Vismethode |
Geep is een geliefde sportvis door het prachtige springen wanneer
ze gehaakt zijn . Aan licht hengelmateriaal een ware sensatie .
Tijdens het vissen met een verenpaternoster op makreel vanaf een
boot worden geregeld gepen gevangen als bijvangst . Leuker en
sensationeler is het om de geep gericht te bevissen met licht
materiaal .
Vangstseizoen / beste tijd :
Geep is de voorbode van de zomervisserij aan onze kust.
Scholen geep verlaten op z'n vroegst in maart , maar meestal april , de
Atlantische oceaan en duiken op voor de zuidkust van Ierland en Engeland
. Als de temperatuur verder oploopt trekken ze het Kanaal en de Noordzee
over naar ondiepe kustwateren . Vanaf april / mei zijn ze dan ook
aan onze kust te vangen . Eind augustus , op zijn laatst september
verdwijnen ze weer . Hoe later op het seizoen hoe dikker ze zijn
en hoe feller ze vechten.
Het ondiepe kustwater is altijd een paar graadjes warmer en daar houd
geep nu eenmaal van . Ze komen daarom graag heel dicht onder de kant en
zijn dan van pieren en golfbrekers goed te vangen.
Geep vermijd echt sterke stroom en toch zijn ze vaak in de nabijheid
van stroomnaden te vinden. In de regel in de buurt van strekdammen of op
plaatsen met steenstortingen. Verder zijn het vissen die houden van een
rustige zee en mooi weer . Een lichte kabbel op het water kan , maar
bij echte golven kan je moeilijk een geep vangen .
Met afgaand water maak je de beste kans.
Verder zijn begin en einde van vloed en eb gunstiger.
Materiaal :
Een echte geephengel bestaat er momenteel nog niet. Een karper
penhengel is in mijn ogen het meest geschikt voor het vissen met de
geepdobber. Denk daarbij aan een lengte tussen de 3.5 en 4.20 meter
en een werpgewicht tot 60gram . Een groot voordeel hiervan is dat je
met langere onderlijnen kan vissen.
De werpmolen vullen we met 18 tot 25/00 nylon of vergelijkbaar
Dyneema al vindt ik dit zelf iets te zichtbaar. Een voorslag is voor
dezelfde reden niet echt goed maar soms noodzakelijk bij zwaardere dobbers.
Een andere hengel die vaak gebruikt wordt is de spinhengel . Hier
kiezen we resoluut voor een zo lang mogelijke hengel met een
werpgewicht tot 50gram. Ook hier weer een lijndikte van 20 tot 25/00
nylon.
Een vlieghengel en dito viswijze
kan ook , maar is weggelegd voor fanatieke vliegvis-specialisten.
Vangstmethode |
Vissen met een geepdobber :
Veruit de meeste vissers die gericht op geep vissen kiezen voor deze
hengelwijze.
Er zijn talrijke speciaal ontwikkelde geepdobbers in de handel .
Kies voor een aërodynamische dobber met ingebouwd werpgewicht. Dat
werpt iets prettiger . Kies geen echt zware dobber die maakt bij
iedere worp zoveel kabaal als hij in het water plonst dat je de geep
meteen verjaagt.
Geep speelt vaak met het aas en voelt hij hierbij te veel weerstand
dan houd hij het voor gezien en zoekt verder. Op zo'n momenten is
het beter de dobber schuivend te monteren . Pakt de geep echter
resoluut het aas dan is een vaste montage beter.
Onder de dobber zetten we een lange wapperlijn tot 150cm
en hieraan een niet te grote langstelige haak 6 tot 10 of
eventueel een klein dregje .
Om je aas op de juiste diepte te krijgen gebruik je grove loodhagel
op ongeveer 30/40 cm boven de haak.
Ook heb je dan minder last van de meeuwen.
Door de
haaklijn aan het bovenste dobberoogje te haken en tijdens de worp de
lijn lichtjes af te remmen tot het hij het water raakt , voorkom je
dat de lijn in de war geraakt. Gebruik nooit het onderste oogje dat
gooit gegarandeerd in de war.
Draai na het inwerpen de bocht uit de lijn . Doe je dit niet dan mis
je veel vis tijdens het aanslaan.
Een aanbeet op een dobber uit zich door het wegduiken van de
dobber , maar ook door het over het water wegzeilen of door een
opsteker . Na de aanbeet wacht je nog enkele tot 10 seconden voor
het zetten van de haak . De geep heeft het aas immers dwars in de
bek en begint pas daarna te slikken . Kunstaas vissers daarentegen
voelen de aanbeet .
Direct na de aanslag probeert de vis te ontkomen , waarbij hij met
sprongen op het oppervlakte danst . Eenmaal het grootste geweld
voorbij kan men de vis rustig binnendraaien .
Op die dagen dat de zee erbij ligt als een spiegel , moet je het aas
zelf actieveren door regelmatig een halve meter binnen te draaien.
Maar in dat geval kan het beter zijn om met een visfladdertje en
zonder dobber te vissen.
Onderstaand een voorbeeld van een geepdobber montage.
|
 |
Vissen met spinhengel :
Vanaf de kant is deze methode
iets moeilijker , omdat dan vaak verre worpen noodzakelijk zijn ,
ideaal is natuurlijk een kleine boot.
Kunstaas :
Als
kunstaas gebruik je liefst slank kunstaas dat niet veel langer mag zijn
dan 5 cm . Sneldraaiende spinnertjes en lepels zijn favoriet , maar ook
ander kunstaas zoals twisters , shads en plugjes kunnen , hoewel de
laatste wel iets moeilijker werpen.
Met een gewicht van rond de 14gram kom je al een heel eind. Vissen
met kunstaas is een kwestie van ver gooien en binnenvissen. Varieer
daarbij zoveel mogelijk in snelheid .
Vissen met een reepje vis :
Deze manier is nog succesvoller dan kunstaas en laat ook verdere worpen
toe . Op een haak nr4 tot 8 aan een onderlijn van ongeveer 1 meter ,
prikt men een visfladdertje van ongeveer 6/7 cm . Prik het reepje altijd
enkele keren door het dikste deel , en niet door het smal toelopend
stukje. Zo beweegt het fladdertje het best.
De onderlijn verbind men
met de hoofdlijn doormiddel van een speldwartel . Op de hoofdlijn komt
een rolloodje dat zwaar genoeg moet zijn om er voldoende afstand mee te
werpen , maar toch licht genoeg om het aas redelijk dicht onder het
oppervlakte te kunnen binnenvissen .
|

|
Zie ook andere montages bij :
basistechnieken / Lijnmontages / zeevissen |
Extra tips :
Gepen worden alleen overdag gevangen .
Wees voorzichtig bij het
aanpakken van de vis , deze spartelt immers wild en een prik van de
bek is daarbij vlug opgelopen . Gebruik een onthaaktang , want het
is vrijwel onmogelijk de haak met de vingers uit de harde bek te
verwijderen .
Gepen kan je niet in een leefnet bewaren , wil je ze eten , dan dood je
ze onmiddellijk na de vangst .
Wat je ook gebruikt als aas voor de geep, het mag niet te groot
zijn. Een stukje van ongeveer 3 cm lang en een halve cm breed is
prima. |
|
|
|