Bot / Platichthys flesus
|
 |
|
Leefgebied / Gedrag |
 |
Max
lengte / gewicht : 60cm / 4kg
Het hoogste gewicht dat wij konden vinden was slechts 2.93 kg.
Een +45cm vis mag dan ook als recordvis beschouwd worden.
Platvissen worden onderling vaak verwisseld . Je kan een bod het best
herkennen aan de rij duidelijk voelbare knobbeltjes achter de kop en
langs de zijlijn . Soms zie je ze niet , maar voelen kan je ze altijd.
De ogen kunnen zowel aan de linker als aan de rechterkant zitten .
De Bot is de meest voorkomende platvissoort in onze regio. Het is een
vis die zich uitstekend weet aan te passen aan zijn leefomgeving . Hij
beschikt over camouflage technieken en verschilt daarom vaak sterk van
kleur afhankelijk van de vangplaats.
Hoewel tot op dieptes van -100 meter gevangen , heeft de bot de voorkeur
aan ondiepe kustzones . Ze zijn dan ook te vangen vanaf kniediep water
tot -50m . Brak en zelfs zoet water maken voor deze vissoort geen
verschil . Ze worden dan ook vaak gevangen in rivieren die in zee
uitmonden , en sporadisch zelfs in vijvers waar ze meegekomen zijn met
Nederlandse pootvis .
Schoolvormend.
Op zowat alle ondergrond te vinden : zand , slik en klei .
Voedsel : Alleseter , en zeer actieve jager .
Bot trekt zich als een van de laatste vissoorten in de wintermaanden
terug naar dieper water.
Paaien gebeurd op dieptes tussen de 20 en 50m.
|
|
Vismethode |
Visstekken en beste vangsttijd
Bod is relatief gemakkelijk te vangen
en voor veel zee en strandvissers het begin van hun carrière. Bod
is immers bijna altijd en overal te vangen . Zowel vanaf de kust of
vanaf een boot.
Specifieke stekken zijn er voor de Bod niet . Ze scharrelen zowat overal
hun maaltje bij elkaar.
Bod is het gehele jaar door te vangen , maar voor en najaar zijn veruit
het best.
In oktober en november eet hij zich volledig vol in het ondiepe
kustwater voor hij naar de diepte vertrekt. In april doet hij
hetzelfde wanneer hij afgepaaid en mager onder de kust terugkeert.
Bot is daarbij het actiefst in stromend water . Dus opkomend en in
mindere mate afgaand tij. De stekken waar ondiep water overgaat in
diep water zijn vaak favoriet. Op en rond riviermondingen zijn vaak ook
grotere concentraties te vinden .
Vangsttechnieken en materiaal :
Bod vang je aan zowat elke hengeluitrusting . Meestal is dat een
strandhengel , maar het kan evengoed met een karperhengel , spinhengel
en zelf met de vliegenhengel . Dit omdat bot vaak op ondiep water zwemt
.
Standaard platvis uitrusting.
Voor de kantvisserij en vanaf het strand is een hengel van rond de 4
meter die een loodgewicht van 100 tot 200 gram kan werpen gebruikelijk .
Hoe lichter je vist hoe leuker het wordt , maar een zwaar loodgewicht
heb je vaak nodig vanwege de getijdenstroming . Het lood moet er immers
voor zorgen dat je aas tegen de bodem blijft liggen .
Als lijn maximaal 30/00 nylon en een voorslag niet dikker dan 50/00 .
Op plaatsen met minder stroming zoals de waddenkust is een lichtere
hengel met een werpgewicht van 75 tot 100 gram meer gebruikelijk
De aanbeet :
Platvissen zijn geen echte krachtpatsers en de aanbeet is dan ook
meestal slechts enkele kleine rukjes aan de hengeltop , al dan niet met
een kleine tussenpauze van enkele tientallen seconden.
Het loont vaak de moeite om even te wachten met aanslaan : zien eten
doet eten , en een doublet of zelfs triplet is goed mogelijk.
Je kan ook actiever vissen door zo om de 3 minuten de lijn 1 tot twee
meter in te draaien en dan terug even te wachten . Bot is meestal in
groep aanwezig , en de vangst van één exemplaar betekend bijna steeds
meerdere exemplaren op dezelfde plaats.
Vis je statisch controleer dan geregeld je haakaas en vergeet niet eerst
aan te slaan voor je start met binnendraaien . Platvissen nemen immers
vaak het aas en blijven dan stil liggen .
Vis je vanaf een kleine boot dan volstaat een lichtere hengel van 2.1
tot hooguit 3 meter uitstekend .
Hiermee kan je dan zowel verankerd als driftend vissen .
Zeker vanuit een boot bied een karperhengel of zware plughengel
met een bollood van hooguit 50/90 gram soms topsport .
Aassoorten :
Bot is een felle , actieve rover en is aan een grote diversiteit van
aassoorten te vangen . Als aas is zager favoriet gevolgd door zeepier.
Kan je aan witte zagertjes komen dan zit je gebeiteld , er is werkelijk
geen beter aas voor bod . Een steekzager van 15cm is voor +30cm bod geen
probleem. Wedstrijdvissers gebruiken dan weer meer 2/3 slikzagertjes.
Maar ook spiering , mesheftschelpen , tappen , zeebliek , steurkrab en
kunstaas als kleine lepeltjes , spinners en twisters kunnen goede
vangsten opleveren
Nog altijd beroemd is de Iwan Garay botlepel , een soort kleine
schoenlepel met daarachter een lijntje met beaasde haak , die je
over de bodem laat dwarrelen.
|
Onderlijnen :
Ook hier is bod niet kieskeurig en met zowat iedere onderlijn te vangen
. Het gebruikelijkst zijn echter wel de paternosters voorzien van twee
of drie rode nylon bezemafhouders en daaraan een haakje 4 tot 2 . Vang
je enkel kleine bot dan kies je voor kleinere haken .
Ook onderlijnen met haaklijnen zonder afhouders doen het vaak goed in
sterk stromend water . In dat geval kies men bijna steeds voor
ankerlood.
Heeft men de ruimte dan is een lood zonder ankers of een rollood dat
over de bodem schuift vaak stukken beter. Het over de bodem schuivend
aas is voor bot een extra prikkel.
Hierbij gebruikt men vaak een wapperlijn en iets grotere haken (
nr 2 tot 1/0 ) . Maar ook hier weer , kleinere bod , kleinere haak.
Vis je driftend met een wapperlijn dan wacht je bij beet een
kleine 30 sec waarbij je draad toe geeft . Dit om het aas stationair te
houden en de bot de tijd te geven het aas naar binnen te werken . Na die
30sec de lijn gewoon op spanning laten komen en pas als je de vis voelt
, met een korte tik de haak zetten .
Het loodgewicht is steeds afhankelijk van de stroming en gaat van
80 tot 180gr
voor een bot onderlijn worden de paternosters vaak versiert met allerlei
bonte en glitterende kralen als extra stimulans . Hou er hierbij
wel rekening mee dat al die extras de werpafstand verkleinen , al is dat
bij bod geen zo'n groot probleem omdat grote afstanden werpen meestal
niet nodig is .
|
Enkele voorbeelden van onderlijnmontages
Andere montages en meer uitleg te
vinden bij basistechnieken / lijnmontages |

Nylon afhouders / 1 haak wapperlijn

Platvis allround dwarrellijn montage met 2 haken |
De botlepel
|
|
Botlepels zijn tegenwoordig
nog moeilijk te vinden . De botlepelmontage is vrij simpel . Gewoon een
enkele beaasde haak aan een 10cm lang lijntje dat achter de lepel
aansleept. Zo nodig kan men nog een werpgewicht aanbrengen ongeveer 1
meter voor de botlepel . (maar datbemoeilijkt het werpen en vissen)
Men laat de lepel tot op de bodem zakken en vist deze vervolgens
met kleine rukjes binnen waarbij de lepels steeds opnieuw de bodem moet
raken . Na enkele rukjes steeds enkele minuten wachten . Als aas meestal
zeepier of veen stukje zager , maar reepjes vis kunnen ook . |
 |
|