|
Vissen in de kant |
In kanalen aast de vis vaak onder de kant . Dat
gebeurd meestal als het water aan de oevers iets warmer of wat troebeler is dan
normaal . Ook bij steigertjes , kademuren , steenstortingen of bruggen houd de
vis zich vaak onder de oever op .
Wat de reden ook is , als de vis hier wil azen , dan laat je met de lange vaste
hengel veel vis aan je voeten voorbijgaan .
Daarbij kan vissen met een korte hengel ook een leuk zijn , en niet in het minst
door het groter aantal aanbeten en het gemak van vissen , zonder de rompslomp
van aftuigen . Daarbij kan veel gerichter gevoerd worden en door de kortere
afstand is het gebruik van een cupje geen sleurwerk zoals op lange afstand .
Wil je kantvissen hou dan rekening met lawaai en onnodig lopen langs de oevers
en plaats je leefnet niet met een plons in het water . |
De hengel
:
Een speciale korte hengel , een zogenaamde speed-hengel van 3 tot 5 meter is het
meest geschikt , maar hoeft niet. De voorste delen van een vaste lange hengel
gaan ook .
We vissen zonder elastiek in de top . Ook al omdat het iets directer vist en we
toch geen extra grote vis verwachten . Hier is de snelheid het belangrijkst .
De
montage :
In de meeste situaties voldoet een slanke dobber met een kleine antenne en een
drijfvermogen van 0.8 tot 2 gram .
Als hoofdlijn kiezen we nylon van 8/00 tot 10/00 max , al dan niet in combinatie
met een onderlijn van 6/00 of 8/00 .
Zijn de vissen goed op beet en nemen ze resoluut het aas dan kan je met een iets
dikkere lijn sneller gaan vissen en breng je de vis ook vlugger weg van de stek
waardoor deze zo minimaal mogelijk verstoord wordt .
Om snel te kunnen vissen gebruiken we een combinatie van druppellood en enkele
loodhagels .
Als haak een nummertje 16 tot 22 afhankelijk van grote van de te verwachten vis
. Starten doe ik meestal met een haakje 20 en verander dit indien nodig tijdens
het vissen .
Het voeren :
Vanwege de meestal geringe diepte en de korte afstand is een echt grondvoer niet
nodig . Veel beter is het je visstek op te bouwen met enkele walnootgrote
balletjes en daarna over te schakelen op wolkend voer en kleine hoeveelheden
levend aas .
Gebruik hiervoor een cupje en je hebt de ideale voercombinatie .
Hiermee verjaag je de vis niet en prikkel je hem met kleine porties zonder hem
te verzadigen .
Krijgen we vis op onze stek , dan cuppen we met kortere tussenpozen een 4-6
maden , casters of een kleine hoeveelheid muggenlarven bij . Meng door de muggenlarven wat
leem met toevoeging van wat kleefstof om openvallen aan het oppervlakte te
vermijden .
De
viswijze :
Het aas laten we niet statisch maar houden er steeds wat beweging in . We
vissen natuurlijk met een korte opslag , anderhalve meter is wel het maximum .
Starten doen we steeds kort bij de bodem maar na enige tijd kan het zijn dat de
vissen het lokvoer tegemoet komen . Iets hoger vissen levert dan meer beten op .
Komen er grotere vissen op de stek dan kan het aas enkele cm op de bodem
aangeboden worden wat vaak resulteert in een flinke brasem of kleine karper .
|
|

|