Home   Email  

 

 

 

 

Vissen op Snoekbaars
Artikel

Klik op de afbeelding voor een vergroting  

Klik hier om terug te keren naar index snoekbaarsartikels


Vissen met fladderende visreepjes
 
Een combinatie van actief en statisch vissen zonder de nadelen van beide.
Bij het vissen met kunstaas schiet het kunstaas relatief snel door een zone waar snoekbaars aanwezig is en bij het statisch vissen ligt het kunstaas vaak gedurende lange tijd op een plaats waar er geen snoekbaars te bespeuren valt.
En waarom nu een reepje vis en geen dood aasvisje ?
Met een aasvisje krijg je beduidend meer loslaters en in het andere geval is de vis vaak diep gehaakt.
Met een visfladdertje gebeurd dit veel minder en je kan daarboven bijna vrijwel direct na de aanbeet succesvol aanslaan.
Een bijkomend voordeel is dat de snoekbaars zowel zijn zicht als zijn reukzin gebruikt bij de jacht.
De fladderende beweging van het visfladdertje trekt zijn aandacht en de geur prikkelt zijn honger.
Daarbij kan het fladdertje zowel uit een voorn als uit een zeevis gesneden worden . Deze laatste , zoals bv. een makreel geven een intensere visgeur af. 

 Uitrusting : 
Als uitrusting nemen we een wat langere soepele spinhengel . Op de molen een hoofdlijn van gevlochten draad circa 14 tot 18/00 .
Als onderlijn , nylon of eventueel fluo carbon met een trekkracht van 2.5 tot 4kg .
De onderlijn neem ik vaak ruim 1 meter , maar soms korter bij winderig weer of wanneer ik regelmatig in de war werp.
Een langere onderlijn werpt ook iets minder ver  , maar ik heb er nu eenmaal meer vertrouwen in.
Als werplood is 20 gram meestal ruim voldoende , maar dat pas je aan , aan de omstandigheden en de werpafstand.
Zelf gebruik ik meestal een rond of een sleeplood . Deze vormen lopen immers minder vaak vast aan de bodem bij het verslepen.
Verder kan je verschillende montages gebruiken . In het eerste voorbeeld is het lood gewoon op de hoofdlijn geschoven met gebruik van een lijngeleidertje waardoor wisselen van loodgewicht vrij vlot kan indien nodig en waardoor de lijn door het talrijke werpen iets minder beschadigt.
Het aas blijft hierbij vrij dicht bij de bodem .
In voorbeeld 2 gebruik ik een pop-up systeem met een kurkje . Hierdoor gaat het visfladdertje bij inhalen iets verder boven de bodem zweven wat het iets zichtbaarder maakt . Stop je met inhalen dan dwarrelt het visreepje door de iets langere onderlijn terug naar de bodem .  
Daarbij perfect een in doodstrijd verkerende vis imiterend .
In mijn aquarium gaat een stervende vis immers ook op de bodem liggen en fladdert hij geregeld een tiental cm omhoog om daarna weer naar de bodem te zakken.
Welk systeem je ook gebruikt , beiden voldoen uitstekend 



 Het aas : 
Zoals de titel het zegt gebruik ik hiervoor een visfladdertje. Meestal is dit gesneden uit een blankvoorn , maar soms ook uit een makreel .
Ik snij het bijna steeds in de vorm van een langwerpige driehoek , maar soms ook in een reepje . Aan het begin laat ik wat meer visvlees zitten en plat het af naar de top van de driehoek toe.
De haak wordt tweemaal door de stugge huid geprikt op zo'n manier dat het stukje vis mooi plat blijft en zodoende onderwater niet gaat roteren , maar fladdert.
(zie ook vissen op snoekbaars / diversen / visfladdertje en stukje vis )

 De viswijze : 
Met een visfladdertje kan je in de eerste plaats op stoot vissen  .
Een andere manier is deze waarbij je met twee hengels vist , waardoor je kansen aanzienlijk stijgen en het is deze viswijze die ik hier uit de doeken wil doen.
Deze combinatie van beweging en rustperiodes blijkt bij het vissen op snoekbaars vaak uiterst effectief 
Beide hengels worden uitgeworpen . De ene hengel leg ik weg met geopende molenbeugel. De andere hou ik in de hand en laat het aas naar de bodem zakken . Na enkele minuten hef ik  de hengel omhoog waarbij ik het aas iets terugtrek . Soms met een lange haal en andere keren weer met korte rukjes . Dan volgt een pauze .
Vervolgens weer enkele rukjes en wat omwentelingen van de werpmolen.
Na drie van dit soort sprongen waarbij ik het aas ongeveer een vijftal meter heb binnengevist , leg ik de hengel met geopende molenbeugel neer.
Hetzelfde doe ik nu met de andere hengel.
Het spreekt vanzelf dat je terwijl je met de ene hengel actief vist , je ook de andere hengel in het oog moet houden. Je kan dit oplossen door gebruik te maken van een beetverklikker met geluid maar dit is wat omslachtiger bij het regelmatig verplaatsen en daarbij heb je ook steeds dat piepend geluid !
Het afwisselend binnenvissen en pauzeren herhaal ik met beide hengels net zo lang tot het aas als het ware onder de hengeltop komt.
Laat je niet verleiden om de laatste meters zo maar eventjes vlug binnen te vissen . Je mist dan vaak de knallers van aanbeten vlak bij de oever.

 De aanbeten :
Ongeveer de helft van de aanbeten krijg je terwijl je binnen vist.
Je voelt een rukje of een tik op de hengeltop . Onmiddellijk breng je de hengeltop naar voren en geeft de vis wat lijn om vervolgens bij het straklopen van de lijn de haak te zetten.
De andere helft van de aanbeten komt als het aas in rustand ligt . Ook hier sla je aan als de lijn strakloopt .

 Epiloog :
Blijven de beten uit , dan verplaats ik me enkele meter , en begin opnieuw .
Krijg ik de aanbeten steeds op dezelfde plaats of manier , dan pas ik mijn viswijze hierop aan . 
Op deze manier vis je een groot gebied systematisch af waarbij je bijna steeds op echte hotspots beland. 
 


Copyright © 2006 Noyelle Frans . Alle rechten voorbehouden .