










|
|
Waar te vissen ? |
Op grote rivieren komt deze rover het meest
voor . Hotspots zijn Brugpeilers , sluizen , duikers en kribben . Dus
overal waar het water enigszins een keerstroom veroorzaakt .
Ga je voor
het eerst op roofblei vanaf de kant , kies dan voor een stuk rivier waar
de kribben niet te ver uit elkaar liggen . Met een boot verhoog je je
kansen echter aanzienlijk . Een goede stafkaart kan helpen om enkele
ideale plaatsen uit te zoeken.
Op plaatsen waar de rivier sterk verbreed of over gaat in een groot meer
, houden de roofbleien zich ook vaak op . Hier kruisen ze vaak in kleine
groepjes tot vlak bij de oevers .
Het afvissen van kribben (stroom komt van
links) :
De hotspots liggen hier in het verlengde van de krib tot ongeveer 20
meter daarbuiten en aan de rechterzijde vanuit de kop van de krib waar
de keerstroom zich bevind . Loop nu niet direct naar het einde van de
krib maar begin je kunstaas op 10 meter van de kop te water te laten .
Normaal houden de vissen zich aan de rechterkant op , wat niet uitsluit
dat je het ook links eens mag proberen . Zijn ze er niet dan schuif je
verderop naar de top toe . Meestal zijn een twintigtal worpen genoeg om
erachter te komen of er bijtgrage roofblei aanwezig is . Meer
worpen maken is meestal niet zinvol , het best is te verkassen naar een
volgende krib .
Met name in de zomer is er vaak roofblei-activiteit in het ondiepe water
nabij zandbanken , of langs de oever van de strandjes tussen de kribben
... Dus opletten . |
 |
Het vissen vanuit een boot :
het gaat allemaal wat gemakkelijker , waarbij natuurlijk dezelfde
plaatsen rond de krib afgevist worden . Het voordeel is dat je nu in een
korte tijd veel kribben aan beide oevers van de rivier kunt afvissen .
Waar er geen kribben zijn kan je met de visvinder onderwater obstakels
opsporen .
Een andere manier om een krib af te vissen is driftend . Bij een krib
aangekomen laat je de boot gewoon met de stroming meedrijven . Zo zie je
ook onmiddellijk hoe de stroming in elkaar zit . Vaak kom je daarbij
akelig dicht bij de krib , maar dat went wel.
Vissen op zicht :
Roofbleien verraden vaak hun aanwezigheid door agressief aan het
oppervlakte te jagen . Dus kijk steeds uit aan het water naar bewegingen
aan het oppervlakte . Eenmaal een dergelijke plaats gevonden lijkt het
eenvoudig om die vissen te vangen , maar vaak is niets minder waar . Het
juiste kunstaas , zowel in grote als kleur is hier echt belangrijk , en
vaak moet je hier dan ook veel moeite doen om een vis te vangen .
Enkele goede Nederlandse rivieren
:
De IJsel, Rijn , Lek , Waal , Merwede en bepaalde delen van de
Maas zijn goede roofblei wateren om het eens te proberen .
Buitenland :
Hongarije , en meer bepaald het Balatonmeer is een waar roofblei
paradijs.
Ook in de Donau delta huizen kanjers van roofbleien waar zelden op
gevist wordt. |
|
Wanneer ? |
Bij een warm voorjaar verlaat een deel van
de roofblei populatie de diepe delen van de rivier wat eerder , maar
normaal gesproken begint het seizoen in Juni . Bij een koud voorjaar
zijn de vangsten bij de start van het seizoen echter beduidend minder .
De ervaring leert dat bij hoog water , als de kribben geheel onder water
staan , de visserij rond de kribben nagenoeg niets oplevert . In de
zomermaanden kan er goed gevangen worden . De aantallen zijn groter ,
maar de vissen zijn gemiddeld wat kleiner . In de zomer zijn de wat
lager gelegen rivierdelen dan wat beter . De periode Augustus tot
November is uitstekend en dan kan het plots gedaan zijn en vang je
niets meer tot het voorjaar .
Maar uitzonderingen zijn ook de regel , en vaak kan je buiten die
periode op een bepaald water toch nog roofbleien vangen .
Ook in het buitenland is er vaak een betere periode , informeer daarom
vooraf wat daar de beste tijd is en wat je kunt verwachten . |
|
Techniek |
Doorgaans moet het kunstaas onmiddellijk na
de inworp vlug teruggevist worden , en met vlug bedoel ik zo snel
mogelijk . Op traag gevist kunstaas komt zelden een beet .
Korte versnellingen lokken vaak een aanval uit .
vissen met rubber :
Zacht plastickunstaas heeft zijn vaste plaats reeds verworven en is voor
het vissen op roofblei ideaal.
Met een eenvoudige jigkop en daarop een shad is het goed mogelijk om
gericht op roofblei te vissen.
Gebruik het liefst vrij zachte shads met een beweeglijke staart van 5
tot 12cm .
De zwaarte van de loodkop is afhankelijk van plaats en stroming.
Doorgaans lukt het wel met 5 tot 20 gram vanaf een boot en 15 tot 20gram
vanaf de kant.
Er zijn verschillende manieren om dit kunstaas te vissen :
1---Na de inworp draai je enkele meter snel binnen en laat de shad daarna
afzinken tot op de bodem . Laat de shad daar een seconde of twee liggen
en jerk hem vervolgens als een gek binnen . Om minder vast te zitten
gebruik je bij deze manier van vissen loodkoppen van zeven tot tien gram
.
2---Werp de shad in en begin meteen binnen te draaien als de shad het
wateroppervlakte raakt. De shad blijft dan ongeveer zo'n 10cm onder het
oppervlakte. Vis de shad snel terug en schuw daarbij niet om af te
wijken van een rechte lijn door met de top van de hengel zijwaartse
bewegingen te maken.
3---Werp de schad uit en wacht enkele seconden om vervolgens met
afwisselende snelheden de shad terug binnen te vissen. Probeer als het
ware te jerken. Bedoeling hiervan is om een gewond visje te imiteren dat
in doodsangst probeert te ontsnappen.
Vissen met spinners:
Doorgaans doen spinners met een slank blad het beter dan deze met een
rond blad. Gewoon omdat de laatste meer weerstand geven en moeilijk vlug
te vissen zijn.
Alhoewel dat de inhaalsnelheid met spinners iets lager mag omdat het
spinnerblad snel roteert .
Ook hier is het gewicht weer afhankelijk van de plaats en de stroming.
Gewichten tussen de 20 tot 40gram zijn goed bruikbaar.
Na de inworp vis je de spinner onmiddellijk terug zo blijft hij juist
onder het oppervlakte lopen.
Vissen met lepels :
Hoewel steeds minder in de mode zijn lepels zeer bruikbaar om op roofvis
te vissen.
Op fel stromend water zijn ze vaak in het voordeel tegenover alle ander
kunstaas.
Ze zijn verkrijgbaar in erg veel soorten , maten en kleuren. Maar ook
hier verdienen de slankere modellen de voorkeur.
Zit er veel kleine aasvis dan kan een lepeltje van 4cm bij een gewicht
van 10/15gram . Vanaf de kant ga je vaak tot 25gr. En op zeer
snelstromende rivieren zelfs nog zwaarder.
Het binnenvissen is vrij eenvoudig. Na het inwerpen gewoon met
afwisselende snelheden terugvissen .
Hoe hoger je de hengeltop hierbij houd , hoe ondieper je de lepel terug
vist.
Draai ook hier gerust snel binnen .
Vissen met pluggen :
Op roofblei moeten we doorgaans snel terugvissen om resultaat te boeken
.
Daarom is het van het grootste belang dat de plug dit aankan en niet
gaat tollen.
Kunststof pluggen blijken in de praktijk vaak beter dan balsahouten
plugjes.
Ook omdat deze beter tegen de agressie van een aanvallende roofblei
bestand zijn.
Hou er bij aankoop van de plug ook rekening mee dat deze vaak een flink
stuk moeten geworpen worden.
Slank of dikkere pluggen , het maakt niet echt iets uit , als ze maar
niet uit het oppervlakte jumpen bij het snel terug binnenvissen.
Kleinere plugjes zijn moeilijk ver te werpen hou daar ook rekening mee.
Als lengte kan een plug tot rond de 12cm .
Vissen met oppervlakte pluggen :
Hoewel er niet speciaal voor gemaakt , is het een spectaculair soort
kunstaas .
Poppers vis je aan het oppervlakte rechtlijnig of beter nog , in
rukken terug.
Hierbij heeft het een specifieke actie en een aanbeet aan dit kunstaas
vergeet je nooit.
Op momenten waar de roofbleien aan het oppervlakte jagen is dit dan ook
het spectaculairste kunstaas om ze te vangen. |
|
|
|
|

|